De hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag wil in zijn onderzoek naar Afghanistan vooral kijken naar misdrijven die zijn gepleegd door de Taliban en de lokale tak van Islamitische Staat (IS). Dat betekent vermoedelijk dat er minder aandacht is voor mogelijke oorlogsmisdrijven door buitenlandse troepen die twee decennia hebben gevochten in het land.

Het ICC gaf vorig jaar al toestemming voor het hervatten van een onderzoek naar Afghanistan. Dat zou zich richten op mogelijke misdrijven die waren gepleegd door alle bij het conflict betrokken partijen, onder wie Taliban-strijders, het Afghaanse regeringsleger en ook westerse militairen. Vooral het onderzoek naar die laatste groep lag internationaal erg gevoelig.

Zo reageerden de Verenigde Staten onder toenmalig president Donald Trump woest op het feit dat ook mogelijke Amerikaanse oorlogsmisdrijven onderzocht konden worden. De VS stelde sancties in tegen toenmalig hoofdaanklager Fatou Bensouda, maar trok die later weer in na het vertrek van Trump.

Het onderzoek ligt inmiddels alweer geruime tijd stil omdat de Afghaanse regering had aangegeven zelf te willen kijken naar mogelijke misdrijven. Die regering is inmiddels verdreven door de extremistische Taliban en dat betekent volgens de nieuwe hoofdaanklager Karim Khan van het ICC dat de kans op een eerlijk en effectief binnenlands onderzoek is verkeken. Hij wil zelf weer onderzoek gaan doen en vraagt het hof om toestemming.

Khan erkent dat bepaalde elementen van het onderzoek noodgedwongen minder prioriteit krijgen wanneer de nadruk op een onderzoek naar de Taliban en IS wordt gelegd. De Brit legt uit dat zijn kantoor beperkte middelen heeft en dat de gruweldaden die worden toegeschreven aan de moslimextremisten veel aandacht verdienen. Hij noemt als voorbeeld de bloedige aanslag van 26 augustus bij het vliegveld van Kaboel.