WhatsApp-groepen van burgers en politici speelden een belangrijke rol bij de evacuatie van Afghanen uit de Afghaanse hoofdstad Kaboel. De Nederlander Marcel Mulder probeerde op die manier journalisten en activisten te laten vluchten. Een van hen was Marzia Hussaini (foto). Van het ministerie van Buitenlandse Zaken kreeg Mulder geen hulp. "We hadden veel meer mensen kunnen redden", zegt hij in gesprek met NU.nl.

In een vakantiehuisje in Groningen was de afgelopen twee weken tot in de late uurtjes het licht aan. Dag en nacht stond Marcel Mulder, fractiemedewerker van een lokale politieke partij in Bergen op Zoom, via WhatsApp in contact met leden van een ondergronds netwerk in Afghanistan, dat onder meer bestond uit journalisten en Afghaanse officieren.

Via die weg sprak de 46-jarige Mulder tientallen Afghanen en hun families die vreesden voor vervolging door de Taliban, onder wie mediapersoonlijkheden en vrouwenactivisten. Van die lijst zijn volgens Mulder uiteindelijk zeven mensen naar het buitenland ontkomen.

"We hadden meer mensen kunnen redden", zegt hij. "Maar daarvoor hadden we wel toestemming van westerse landen nodig om mensen op evacuatievluchten te krijgen."

Marcel Mulder.

Marcel Mulder.
Marcel Mulder.
Foto: Privécollectie

Appgroepen speelden belangrijke rol bij evacuatie

De appgroep van Mulder is een van de vele die actief waren tijdens de crisis in Kaboel. De bekendste waren die rond CDA-Kamerlid Derk Boswijk en oud-AIVD-medewerker Guido Blaauw, die zich bekommerden om Nederlandse paspoorthouders die vaak moeilijk contact konden krijgen met Nederlandse autoriteiten.

Anne-Marie Snels, oud-voorzitter van de militaire vakbond AFMP, had een appgroep voor legertolken. Die groepen kregen de afgelopen weken veel aandacht in de media. De groep van Mulder bleef tot nu toe buiten de publiciteit.

De appgroepen ontstonden omdat het ministerie van Buitenlandse Zaken gedurende de evacuatie slecht bereikbaar was en alleen via e-mail met de evacués in Kaboel communiceerde.

"Met de appgroep zorgden we ervoor dat mensen onderling contact met elkaar kregen", zegt Blaauw. "Het ministerie is te traag, te ouderwets en te bureaucratisch om dit zelf te doen. We hebben herhaaldelijk aan Buitenlandse Zaken gevraagd om de groep over te nemen, maar dat wilde het ministerie niet."

Afghaanse snackbarhouder vraagt om hulp

Marcel Mulder raakte in 2015 voor de eerste keer betrokken bij Afghanistan naar aanleiding van een gruwelijk incident. De toen 27-jarige Farkhunda Malikzada werd in Kaboel op straat gestenigd en in brand gestoken door een woedende menigte. De vrouw zou een koran hebben verscheurd, iets wat later onwaar bleek. De beelden van de lynchpartij gingen de wereld rond.

Deze vrouw was het nichtje van de in Bergen op Zoom wonende Saleh Rozbeh. Samen met zijn vrouw ontvluchtte Rozbeh Afghanistan in 1996, toen de Taliban aan de macht kwamen. Ze vonden onderdak in Nederland.

Rozbeh was in eigen land veearts. In Nederland werkte hij als stadswacht, fruitplukker en beveiliger, voordat hij eigenaar werd van cafetaria 't Koepeltje in Bergen op Zoom. Vanaf dat moment bouwden hij en zijn vrouw een klein imperium op. Inmiddels drijft de familie Rozbeh ook een bed and breakfast en een Afghaans specialiteitenrestaurant.

Na de moord op zijn nicht bewoog Rozbeh hemel en aarde om haar directe familie in veiligheid te brengen. Mulder hielp hem daarbij. Samen slaagden ze erin familieleden naar Duitsland te laten ontkomen.

Taliban nemen broers snackbarhouder gevangen

In juni van dit jaar zaten de mannen weer met elkaar om de tafel. De aanleiding: twee van Rozbehs broers waren gevangengenomen tijdens het offensief van de Taliban in de westelijke provincie Herat.

De familie van Rozbeh heeft zich de afgelopen twintig jaar ingezet voor de ontwikkeling van de regio en werkte nauw samen met de westerse mogendheden. Op initiatief van Saleh Rozbeh worden met Nederlands geld een meisjesschool en een middelbare school gebouwd. Ook kwam er met steun van het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking een grote boomkwekerij, waar de broers van Rozbeh werken.

Op foto's is te zien hoe oud-minister Bert Koenders van Ontwikkelingssamenwerking een zaal toespreekt, met een glimmende Rozbeh op de eerste rij als een prijs wordt uitgereikt om een waterproject te realiseren. Daarvan is niet veel meer over. Taliban-strijders vernielden tijdens hun opmars de boomgaard en gooiden een handgranaat in een van de waterputten.

De Taliban laten een van de broers snel vrij omdat hij het coronavirus blijkt te hebben. Van de andere sturen de Taliban een filmpje waarop is te zien hoe hij geboeid en geblinddoekt in een hoek zit en met een geweer wordt bedreigd. Hoorbaar is hoe een Taliban-strijder vraagt om het telefoonnummer van Saleh Rozbeh in Nederland. "Het leek erop alsof ze mij wilden afpersen", zegt Rozbeh.

Na een paar dagen komt de broer vrij bij een gevangenenruil. Maar daarmee zijn de problemen niet ten einde. Op beelden van een veiligheidscamera is te zien hoe drie gewapende mannen op een brommer proberen de zus van Rozbeh te ontvoeren. Zij was een voorvechter van vrouwenrechten en lerares op de meisjesschool.

Zijn volledige familie besluit te vluchten en leeft nu ondergedoken elders in Afghanistan. Ze zijn - net als talloze andere Afghanen die met westerse organisaties samenwerkten - bang voor wraakacties van de Taliban.

Marcel Mulder (rechts) samen met Saleh Rozbeh.

Marcel Mulder (rechts) samen met Saleh Rozbeh.
Marcel Mulder (rechts) samen met Saleh Rozbeh.
Foto: Privécollectie

Ministerie van Buitenlandse Zaken kan niets doen

Mulder besluit na de ontvoering opnieuw voor Rozbeh in actie te komen. Hij benadert het ministerie van Buitenlandse Zaken. Op 28 juni schrijft een ambtenaar dat hij zich "goed kan voorstellen" dat de familie Rozbeh zich zorgen maakt. In een volgende mail schrijft hij dat "de situatie daar mij ook persoonlijk aan het hart gaat".

Veel meer dan dat kan de ambtenaar niet bieden. Het Nederlandse asielbeleid biedt weinig ruimte: de broers en zussen van Rozbeh kunnen alleen in Nederland asiel aanvragen. Maar visa om met een vliegtuig naar Nederland te komen, worden niet verstrekt. De ambtenaar suggereert de familie zich te melden bij de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties of anders "een veilig heenkomen te zoeken in Afghanistan of elders".

Op 5 juli mailt Mulder de ambtenaar opnieuw een dringend pleidooi om in actie te komen. Hij wijst erop dat het Amerikaanse Congres met een overweldigende meerderheid heeft besloten tienduizenden Afghanen op te nemen die hebben samengewerkt met het Amerikaanse leger.

De Taliban rukken snel op, inlichtingendiensten verwachten dat ze het land in zes maanden tijd zullen overnemen. Mulder in zijn mail: "Er gaat een humanitaire ramp komen. We moeten als westerse landen onze verantwoording nemen."

Opnieuw haalt het niet veel uit. De ambtenaar stuurt op 12 augustus een standaardmail waarin opnieuw wordt gemeld dat mensen die asiel willen aanvragen, zich tot de Verenigde Naties moeten wenden.

Rozbeh stapt dan naar de media. "Een visum voor mijn familie, meer vraag ik niet. Geen geld, geen onderdak, geen eten. Dat regel ik zelf", zegt hij tegen BN/De Stem. Maar zijn woorden halen niets uit.

Van het ministerie van Buitenlandse Zaken horen Mulder en Rozbeh sindsdien niets meer.

Prijswinnende fotograaf vraagt Mulder om hulp

Ondertussen loopt de crisis in Afghanistan naar een hoogtepunt. Op 14 augustus, twee dagen na de zoveelste afwijzende mail, worden Nederlandse diplomaten op stel en sprong door Amerikaanse militairen afgevoerd naar het vliegveld als onderdeel van een evacuatieplan. Het is er te gevaarlijk geworden.

Tot dan toe heeft Mulder zich vooral beziggehouden met de zaak van de familie Rozbeh. Dat verandert als twee oude bekenden op 16 augustus in Nederland arriveren.

Het gaat om de Pulitzerprijs-winnende fotograaf Massoud Hossaini en de Australische journalist Lynne O'Donnell, die beiden al jaren verslag doen van de gebeurtenissen in Afghanistan. In 2015, in de nasleep van de gruwelijke lynchpartij van Rozbeh's nicht, waren de journalisten betrokken bij de operatie om de familieleden van de overleden vrouw in veiligheid te brengen.

Met het tweetal heeft Mulder altijd contact gehouden. In de maanden voor de val van Kaboel spreken ze elkaar regelmatig. Mulder: "Omdat Lynne en Massoud voor hun werk de hele tijd aan het oorlogsfront zaten, hoorde ik de laatste berichten over de oprukkende Taliban."

Nadat O'Donnell en Hossaini in Nederland zijn gearriveerd, vragen ze Mulder of hij wil helpen met het in veiligheid brengen van Afghanen uit hun netwerk.

De twee journalisten hebben in Kaboel contacten met officieren van het inmiddels ontbonden Afghaanse leger. Die probeerden in de chaotische situatie rond het vliegveld in Kaboel mensen te redden.

Die officieren hebben een lijst met Afghanen die nergens op een evacuatielijst staan, maar toch groot gevaar lopen. Onder hen zijn mediapersoonlijkheden, mensenrechtenactivisten en hooggeplaatste militairen die hebben samengewerkt met westerse mogendheden.

Mulder hoopt dat Nederlandse diplomaten helpen

Vanaf het moment dat Mulder ja zegt, zit hij dag en nacht aan het scherm. Van slapen komt weinig. Mulder hoopt dat het Nederlandse ministerie hem met open armen ontvangt. Maar net als in de zaak van de familie Rozbeh slaagt Mulder er niet in voorbij telefonisten of voorlichters te komen.

Voor Mulder gloort hoop als de Afghaanse officieren erin slagen op dinsdagochtend 24 augustus voor de eerste keer iemand door de linies te krijgen. Het gaat om de 27-jarige Marzia Hussaini, die zes jaar als adviseur voor het Amerikaanse leger werkte en de afgelopen maanden meerdere keren met de dood werd bedreigd.

Nadat Hussaini op het vliegveld is aangekomen, neemt Mulder contact met haar op. Hij stuurt een lijst met contactgegevens van mensen die - naar hij hoopt - mee kunnen op de vluchten. En hij hoopt dat de Nederlandse diplomaten en militairen daarbij kunnen helpen.

In WhatsApp-verkeer dat NU.nl heeft ingezien, is te volgen hoe Hussaini aanvankelijk door Amerikaanse militairen in de richting van een gereedstaand vliegtuig wordt gedirigeerd. Op aandringen van Mulder besluit ze om te keren om hem te helpen de lijst bij de Nederlandse diplomaten te krijgen. "Het was voor mij een moeilijke beslissing", zegt Hussaini tegen NU.nl. "Maar ik liep terug omdat ik mensen die groot gevaar lopen, wilde helpen."

Hussaini gaat op zoek naar de Nederlanders, maar kan die eerst niet vinden. Mulder probeert vanuit Bergen op Zoom contact te leggen met het team in Kaboel om hen te waarschuwen dat Hussaini ze een lijst met namen wil overhandigen. Maar hij komt er niet doorheen.

Hussaini krijgt uiteindelijk contact met de Nederlanders. "Ze zeiden dat iemand me zou komen oppikken. Ik heb uren en uren gewacht, maar er kwam niemand."

Welke opties hebben achterblijvers in Afghanistan? 'Taliban bepalen'
174
Welke opties hebben achterblijvers in Afghanistan? 'Taliban bepalen'

'Niemand heeft me te woord willen staan'

Op een gegeven moment, het is dan al zaterdagochtend, wil een Amerikaanse militair haar uit het vliegveld en weer terug in wat ze de 'Taliban-zone' noemt duwen. Hussaini overtuigt de militair ervan dat ze weg wil en stapt alsnog op een Amerikaans vliegtuig dat haar in veiligheid brengt.

"Ik ben erg teleurgesteld dat niemand me te woord heeft willen staan", zegt Hussaini. Zelf zit ze nu in een vluchtelingenkamp van een land dat ze om veiligheidsreden niet wil noemen. Haar moeder en zus zitten in Iran, waar ze de kans lopen teruggestuurd te worden naar Afghanistan. Een andere zus zit in Duitsland. "Ik hoop heel erg dat we alle drie alsnog naar Nederland of Duitsland kunnen komen", zegt ze.

Mulder is diep ontgoocheld. Hij stuurde afgelopen week een klacht naar de Verenigde Naties over het Nederlandse optreden in Kaboel. Via zijn contacten kreeg hij vrijdag nog een noodkreet binnen van de voormalige directeur van het Afghaanse postbedrijf, die door de Taliban met de dood wordt bedreigd en smeekt om hulp.

"Ik hoop dat minister Kaag (demissionair minister van Buitenlandse Zaken Sigrid Kaag, red.) besluit om alsnog in contact te treden met de Afghaanse officieren met wie ik contact heb. Zij kunnen echt een belangrijke rol spelen bij het naar buiten krijgen van mensen, ook nu nog."

Het ministerie van Buitenlandse Zaken laat in reactie op vragen van NU.nl over Hussaini en Mulder weten "in verband met privacy geen persoonlijke gegevens en informatie over individuen te mogen verstrekken." Een woordvoerder wijst erop dat het mailadres kabul@minbuza.nl "de ingang voor meldingen en hulpvragen was en is".

"Tijdens de evacuatie moest alle Nederlandse capaciteit op het vliegveld in Kaboel worden gericht op het zo snel mogelijk binnenhalen en uitvliegen van zo veel mogelijk mensen", aldus de zegsvrouw. "Het was daardoor onmogelijk om naar andere vertegenwoordigingen te gaan of mensen te zoeken op het vliegveld."