Dagboek 5 uit Kaboel: Weer veilig thuis, volgende week begint school weer
Op een gegeven moment gingen alle bussen en auto's die langs de kant stonden rijden, en dus durfde onze chauffeur het toch wel aan. Maar toen hij zag dat er bij een rotonde grote checkpoints waren, reed hij door, hij wilde ons naar een andere toegangspoort brengen.
We zijn toen wel drie of vier keer het hele vliegveld rondgereden, tot we te horen kregen dat we bij de gebruikelijke toegangspoort, waar normaal alle passagiersvluchten vertrekken, moesten zijn. We kregen de verzekering dat de Taliban wisten van onze komst en dat er afspraken waren gemaakt. Mijn vader en een jongere man gingen als vertegenwoordigers van de groep naar voren. Maar de Taliban-strijder bij het roadblock was heel agressief.
De jongere man ging toen naar achteren en mijn vader deed het woord. De Taliban-strijder wilde overleggen met zijn baas. Maar op het moment dat hij wegliep, kwam er een andere strijder aan die in de lucht schoot en met de kolf van zijn geweer een raam van de bus kapotsloeg. We schrokken allemaal enorm. De buschauffeur aarzelde geen moment, startte de motor en drukte op het gaspedaal. Mijn vader kon nog net op tijd op de treeplank van de bus springen toen de chauffeur wegscheurde. De andere bussen kwamen erachteraan.
Hij richtte zijn geweer op de Amerikaan, die volgens mij behoorlijk schrok. Ik was op dat moment niet meer bang, we hadden al zo veel meegemaakt die dag.
We stopten even verderop. Voor mijn vader was dit wel een breekpunt. Hij was kapot: de hele dag had hij gebeld, dingen geregeld, was hij van de ene bus naar de andere gegaan. Hoe kon het, vroeg hij zich af, dat er niets was geregeld. Hoe kon het dat er geen Nederlander te zien was? Het was één grote chaos. Mijn vader besloot niet langer als onderhandelaar op te treden. Andere mannen namen zijn rol over.
Opnieuw kwam het tot een gesprek bij het checkpoint en opnieuw werd er in de lucht geschoten. Het waren spannende uren. De vrouwen en kinderen sliepen in de bussen, de mannen stonden buiten en overlegden wat ze moesten doen. Ondertussen gingen de onderhandelingen tussen de Taliban en de Nederlandse diplomaten buiten ons gezichtsveld urenlang door.
Donderdag 26 augustus en vrijdag 27 augustus: Taliban brachten ons naar Amerikanen
Daar was nog even een angstig moment toen een Amerikaanse militair riep dat vrouwen zich, voordat ze doorliepen, moesten omdraaien om zo te kijken of ze geen wapens hadden. Dat wekte de woede van een Taliban-strijder, die vond dat je niet zo met vrouwen mocht omgaan. Hij richtte zijn geweer op de Amerikaan, die volgens mij behoorlijk schrok. Ik was op dat moment niet meer bang, we hadden al zo veel meegemaakt die dag. Ik was eerder opgelucht, we waren heel dichtbij: de eindstreep was in zicht.
Onze tassen werden door honden besnuffeld om te kijken of er geen explosieven in zaten. En achter de Amerikanen, bij de ingang van het eigenlijke vliegveld, zagen we de eerste Nederlandse militairen. Iemand zei: "We zijn eindelijk veilig." Die militair antwoordde dat je ook op het vliegveld een groot risico liep. Toch was ik opgelucht.
Een foto van de oud-Afghaanse president Ashraf Ghani. | Beeld: Dewaa'Vliegveld was één grote chaos'
Op het vliegveld was het een grote chaos. Overal lagen achtergelaten koffers. De vipruimtes, waar we nog even zijn gaan kijken, waren totaal vernield: televisieschermen waren kapotgeslagen, computers lagen op de grond, schilderijen waren van de muur gerukt. Op de dag dat het vliegveld met duizenden mensen was volgestroomd, was hier flink huisgehouden. Ook zag ik een ingelijst portret liggen van de nu gevluchte president Ghani, de foto was gescheurd. Die heb ik uit de lijst gehaald en in mijn tas gedaan, als souvenir.
Het was inmiddels vrijdagochtend geworden. We werden naar een plek gebracht waar containers op elkaar waren gestapeld. Die dienden als verblijfplaats van de Nederlanders. Op een gegeven moment kwam de Nederlandse ambassadeur, Caecilia Wijgers. Ze gaf een kleine toespraak waarin ze vertelde dat ze trots op ons was, dat we het zo goed hadden volgehouden, dat ze zich zorgen om ons had gemaakt. Wat ze precies zei weet ik niet meer, ik was zo ontzettend moe. Wel weet ik dat oudere vrouwen in onze groep begonnen te huilen en de ambassadeur omhelsden. Verder was het leuk dat mijn vader de ambassadeur uit Irak, Michiel Rentenaar, van vroeger bleek te kennen. Ze hadden nooit verwacht dat ze elkaar onder deze omstandigheden opnieuw zouden ontmoeten. Ze maakten foto's om het moment vast te leggen. Het was leuk om te zien dat mijn vader overal mensen kende van vroeger, toen hij voor Defensie en Buitenlandse Zaken werkte.
We moesten de rest van de dag wachten op het vliegtuig dat ons naar Islamabad in Pakistan zou brengen. We hebben grote kartonnen dozen en plastic afvalzakken op elkaar gelegd en gingen daarop liggen, om te proberen nog een beetje te slapen. Maar door de stank, de hitte en de kinderen die wakker waren lukte dat niet echt.
Dewaa weet uiteindelijk met haar familie het vliegtuig te bereiken. | Beeld: DewaaNieuw schooljaar zal een hele overgang zijn
Om 15.15 uur liepen we naar het transportvliegtuig. Stoeltjes waren er niet. We moesten allemaal op de grond gaan zitten, zonder riemen. Mijn moeder, zus en ik zaten bij een van de twee raampjes en konden dus naar buiten kijken. Bij het opstijgen zagen we de mooie bergen van mijn geliefde Afghanistan voorlopig voor de laatste keer. Mijn zusje en ik moesten voor de eerste keer in al die dagen huilen. We moesten denken aan onze familie, die we in grote onzekerheid achterlaten. We moesten huilen om Afghanistan, dat zo'n moeilijke tijd tegemoet gaat.
Mijn lieve neef stond ons op te wachten bij Schiphol. Hij had sinds acht uur 's ochtends staan wachten voordat we er waren. We zijn meteen naar Rotterdam gereden. Bizar genoeg ben ik precies op tijd thuis voor het nieuwe schooljaar weer begint. Ik zit in havo 5 en doe dit jaar eindexamen. Woensdag zijn de eerste lessen. Het zal een hele overgang voor me zijn.





