Vrijwel alle Afghaanse medewerkers Nederlandse ambassade weg uit Kaboel
De 207 ambassademedewerkers en hun gezinnen die zaterdag zijn geëvacueerd uit de Afghaanse hoofdstad Kaboel zijn allemaal in Nederland of op weg hier naartoe. Dat heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken zondag laten weten.
De medewerkers vormen vrijwel de volledige Nederlandse ambassadestaf uit het land, meldde het ministerie zaterdag. Het gaat om mensen zonder Nederlands paspoort, voor wie het dagenlang moeilijk was om uit Afghanistan weg te komen.
Toen vorige week het personeel met een Nederlands paspoort werd geëvacueerd, bleven zij achter. Het was volgens het ministerie op dat moment niet mogelijk ze het land uit te helpen.
In de dagen daarna bleef het lastig voor de medewerkers om het vliegveld in de Afghaanse hoofdstad te bereiken. Dat kwam door de veiligheidssituatie in het land en met name rond de luchthaven.
Zaterdag bleek al dat de 207 evacués veilig de luchthaven hadden bereikt. Ze zijn met meerdere vluchten het land uit geleid, met tussenstops in veilige landen. Waar de ambassademedewerkers nu zijn of naartoe gaan, kon het ministerie van Buitenlandse Zaken niet direct zeggen.
Opnieuw Nederlands vliegtuig vertrokken uit Kaboel
Vanuit Kaboel is zondag opnieuw een vliegtuig vertrokken, meldt het ministerie van Defensie op Twitter. Het gaat om een C-130, dat met 82 passagiers op weg is naar een veilig land in de regio. Van daaruit gaan de evacués met een groter toestel naar Nederland.
Volgens de planning gaat er enkele malen per dag een vlucht heen en weer naar een veilige luchthaven. Eerder op zondag vertrok ook al een C-17 uit Kaboel. Daarin zitten 86 mensen in die Nederland als eindbestemming hebben.
Demissionair minister Sigrid Kaag van Buitenlandse Zaken heeft overlegd met haar Britse collega Dominic Raab. Ze hebben gesproken over de "samenwerking van onze militairen in Kaboel en over het belang van een gezamenlijke aanpak van hulp, terrorismebestrijding en stabiliteit". Ook Raab benadrukte het belang van gezamenlijk optreden.


