Dewaa is zestien jaar oud, geboren in Rotterdam en gaat na de zomervakantie naar de vijfde klas van de havo. Deze zomer reisde ze met haar familie naar Afghanistan om haar opa te begraven. Haar vader was een paar jaar tolk voor het Nederlandse leger. Sinds de Taliban in Kaboel de macht overnamen, zit ze met haar familie ondergedoken in een appartement. Ze wachten tot de Nederlandse autoriteiten groen licht geven om te vertrekken. Voor NU.nl houdt Dewaa een dagboek bij. Haar echte naam is bekend bij de redactie.

Woensdag 18 augustus: Gisteravond belde het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken

Het was precies kwart voor acht. Ze hadden goed nieuws: we konden mee met een vliegtuig. Alleen moesten we wel binnen een halfuur naar het vliegveld komen, zonder bagage. Mijn vader zei dat dat onmogelijk was: er zijn overal files, waardoor de reis twee uur zou duren. Maar vanuit Nederland zeiden ze dat we het toch moesten proberen. We hebben onze spullen gepakt en zijn naar beneden gerend. We konden naar buiten via een achterdeur waar geen Taliban-bewaker bij staat en slaagden er zo in ongezien weg te komen.

Voordat we naar buiten gingen, moesten mijn moeder, zus en ik een boerka aantrekken. Zo’n alles bedekkend gewaad met gaas voor je ogen, waar je Afghaanse vrouwen in ziet lopen. Zo’n ding had ik nog nooit aan gehad. In het huis waar ik zit hadden ze er twee liggen, en we hebben er eentje geleend van de buren. Je kunt niet ademen, niets zien. Het is stikheet onder zo’n ding en ik moest uitkijken om niet te struikelen.

In boerka weggedoken op de achterbank

Mijn vader hield een taxi aan en de vrouwen gingen achterin zitten. Zo konden we onopvallend naar het vliegveld. Bang was ik niet, wel voelde ik de adrenaline door mijn aderen kolken. Vanonder mijn boerka keek ik uit het raam van de taxi. Op straat zag ik alleen maar mannen, de vrouwen waren verdwenen. Overal Taliban-strijders: op scooters, in jeeps met wapperende witte vlaggen voorop. Maar gelukkig konden we bij wegversperringen doorrijden - niet één keer werden we tegengehouden.

Bij het vliegveld stonden honderden mensen bij de poort. Het was donker. Wel zagen we in de verte licht bij de toegangspoort, waar Amerikaanse militairen stonden. We liepen gehaast naar voren. Mijn vader hield zijn paspoort omhoog en riep in het Engels dat we een bericht hadden gekregen van de Nederlandse ambassade.

Een Amerikaanse militair die op een muurtje stond luisterde niet, maar vuurde met zijn automatische geweer in onze richting. De kogel sloeg vlak bij ons in de grond. Ik schrok - dat had ik niet verwacht, zeker niet omdat we van de Nederlandse autoriteiten hadden gehoord dat we erdoor zouden kunnen. Hoe kon het dat deze bewaker daar niets van wist? Mijn zus en ik werden gekalmeerd door jongens achter ons.

Mijn vader probeerde het nog een keer. De Amerikaan op de muur schreeuwde terug dat we bij de verkeerde poort stonden en dat hij het verder ook niet wist.

Afghaanse bewakers staan op wacht bij het vliegveld van Kaboel.

Afghaanse bewakers staan op wacht bij het vliegveld van Kaboel.
Afghaanse bewakers staan op wacht bij het vliegveld van Kaboel.
Foto: AFP

'Dood aan Amerika'

Wat verderop stonden taxichauffeurs die beweerden dat ze wisten waar we naartoe moesten en dus stapten we in. We reden naar een andere kant van het vliegveld, maar daar stonden ook heel veel mensen. Hier was een controlepost met mannen in Afghaanse legeruniformen. Mijn vader legde opnieuw de situatie uit. De bewaker werd woedend, begon te schreeuwen en te dreigen en riep: "Dood aan Amerika!" Hij en andere bewakers richtten hun geweren op ons en zeiden dat we weg moesten gaan. Anders zouden we worden neergeschoten. Waren het Taliban-strijders die legeruniformen hadden aangetrokken? Dat bleef onduidelijk.

Mijn vader probeerde te bellen met het crisiscentrum van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken, maar daar nam niemand op. Om ongeveer negen uur 's avonds - we waren toen al meer dan een uur bij het vliegveld - zagen we boven ons hoofd een militair vliegtuig opstijgen. Mijn vader dacht dat het de C17 waarin wij mee hadden gemoeten. Om ons heen was er veel geschreeuw en geduw. Mijn zus, moeder en ik waren de enige vrouwen in een zee van mannen. Iedereen keek naar ons. Een Taliban-strijder, want die liepen daar ook rond, ging pal voor mijn zus staan en maakte dwars door haar boerka oogcontact met haar.

Het voelde allemaal erg onveilig, dus we besloten terug te gaan. We hielden een taxi aan en gingen op weg. De nieuwe Taliban-regering heeft een avondklok afgekondigd, dus we mochten officieel niet meer op straat zijn. De taxi reed heel hard door de inmiddels rustige straten. Overal zagen we Taliban rijden. Gelukkig werden we nergens aangehouden en konden we via de achterdeur weer ons huis binnen.

In het appartementencomplex bleek de elektriciteit te zijn uitgevallen. Mijn zus en ik kwamen niet in slaap. De scènes van die avond spookten door onze hoofden.

Excuses van het crisiscentrum

Midden in de nacht, om half twee, ging mijn vaders telefoon. Het was het crisiscentrum in Den Haag. Die maakten excuses voor de mislukte evacuatie. Ze zeiden dat er een nieuwe vlucht zou komen en dat we twee uur van tevoren gewaarschuwd zouden worden. Mijn vader werd boos en zei dat het onmogelijk was om binnen twee uur op het vliegveld te zijn. We konden de slaap daarna niet meer vatten. Pas tegen het ochtendgloren ben ik voor een paar uur in slaap gesukkeld.

Toen ik wakker werd, hoorde ik van een ander gezin waarmee we in dit huis zitten (zij hebben vijf kinderen, de jongste is anderhalf jaar oud) dat er ook een Amerikaans vliegtuig zou komen dat mensen zou meenemen. Zij wilden proberen die vlucht te nemen. We besloten ook naar het vliegveld te gaan, ook al hadden we uit Nederland nog niets gehoord. We zouden dan in ieder geval op tijd zijn.

We deden opnieuw de boerka’s aan en gingen om ongeveer half tien 's ochtends naar beneden, waar we deze keer met twee taxi’s gingen. Opnieuw was er veel verkeer, opnieuw veel Taliban op straat. En weer massa’s mensen bij het vliegveld. We stapten uit de taxi en liepen de laatste twintig minuten. Het gezin waarmee we samen waren gekomen, verloren we al snel uit het oog.

Bij het vliegveld hoorden we geweerschoten en er werden gasgranaten gegooid om de mensenmenigte uit elkaar te drijven. Ik was bang dat er een verdwaalde kogel ons zou verwonden. Mijn vader probeerde naar voren te lopen, maar het was te gevaarlijk. We besloten opnieuw terug te gaan.

In Kaboel ondergedoken tolk: 'Taliban proberen ons bang te maken'
113
In Kaboel ondergedoken tolk: 'Taliban proberen ons bang te maken'

'We zullen iets anders moeten bedenken'

Terug in het appartement voelde ik enorme teleurstelling. Teleurstelling over de chaotische manier waarop de Nederlandse autoriteiten deze evacuatie organiseren. We horen niets, we worden niet gebeld. Ik voel me in de steek gelaten.

Een uur na ons het gezin met de vijf kinderen ook weer thuis, zij hadden het ook niet gered om op het vliegveld te komen. Gelukkig kwamen ze wel allemaal weer veilig terug. We hebben samen een okra-gerecht gegeten met brood. Zonder yoghurt, want dat is in de stad niet meer te krijgen.

We hebben als gezin besloten dat we niet meer op deze manier naar het vliegveld gaan. We zullen iets anders moeten bedenken. Ik wil graag afsluiten met het enige goede nieuws van de afgelopen dagen: de Taliban lijken er niet op uit om mensen zoals wij op te pakken. Dat is een hele opluchting.