Waarom heeft Duitsland geen stikstofprobleem? Antwoord op jullie stikstofvragen
Via NUjij vroegen wij jullie om vragen over het stikstofbeleid. De beste en meestgestelde vragen zijn beantwoord door politiek verslaggever Edo van der Goot en klimaatverslaggever Rolf Schuttenhelm. Lees de antwoorden terug in dit artikel.
Edo: "Dat kan. Er is op dit moment al een vrijwillige uitkoopregeling (Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties, of Lbv). Alleen geldt er voor de zogenoemde piekbelasters, boeren die veel stikstof (ammoniak in het geval van de boeren) uitstoten in de buurt van Natura 2000-gebieden, een speciale regeling. Dat is de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus). Minister Christianne van der Wal (Natuur en Stikstof) noemt dat een "woest aantrekkelijke" regeling. Boeren krijgen dan tot maximaal 120 procent van de waarde van hun bedrijf vergoed."
"Deze regeling is alleen nog niet 'in de lucht'. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) verwacht hier binnenkort meer duidelijkheid over te te geven. Het kabinet hoopt dat er uiteindelijk zo'n drieduizend piekbelasters gebruik gaan maken van deze regeling."
Rolf: "Stikstofmetingen worden in Nederland uitgevoerd door het RIVM. Het RIVM heeft vier landelijke meetnetwerken. Daarmee wordt onder andere de concentratie van stikstofverbindingen in de lucht gemeten, net als de hoeveelheid stikstof die neerslaat in natuurgebieden."
Rolf: "Stikstofvervuiling binnen Nederland wordt veroorzaakt door twee verschillende verbindingen: ammoniak en stikstofoxiden. Ammoniak is afkomstig van veehouderij en stikstofoxiden vooral van wegverkeer en industrie. Binnen Nederland wordt ruim twee keer zoveel ammoniak uitgestoten als stikstofoxiden. Ammoniak is dus in Nederland de belangrijkste bron van de vervuiling."
"Ammoniak blijft maar kort in de lucht voor het neerslaat, namelijk 'enkele uren'. De afstand die deze stikstofverbinding kan afleggen voor het ergens neerslaat, hangt vervolgens sterk af van het weer. Als het hard waait, kan het ver reizen, terwijl het bij windstil weer vlak naast de bron neerslaat. Stikstofoxiden blijven langer in de lucht en leggen dus grotere afstanden af."
"Stikstofverbindingen houden zich niet aan landsgrenzen. Ongeveer een derde van de stikstof die in Nederland neerslaat, is afkomstig uit buurlanden. Nederland 'exporteert' via uitstoot vier keer zoveel stikstof over de landsgrenzen als dat het zelf ontvangt."
"Nederland is het meest stikstofvervuilde land van Europa. Er zijn wel gebieden die vergelijkbare problemen hebben, zoals Noord-Duitsland of de Povlakte in Italië. Nederland heeft ook voor Europese begrippen een slechte staat van instandhouding van de natuur. Om dit te verbeteren wordt in Nederland het terugdringen van de stikstofuitstoot als een grote prioriteit gezien. In andere landen zijn de problemen kleiner en gelden (dus) ook soepelere normen."

Rolf: "Niet binnen de ambitie om de netto stikstofuitstoot (voor 2030) ten minste te halveren. Wel kan er geschoven worden in het aandeel van verschillende sectoren. De veehouderij veroorzaakt ruim twee keer zoveel stikstofuitstoot als wegverkeer en industrie. Als die laatste twee sectoren meer zouden reduceren, blijft er voor de veehouderij meer 'stikstofruimte' over."
"Verder is er enige speelruimte door bijvoorbeeld te proberen ammoniak af te vangen in stallen, mest te vergisten of koeien juist vaker in de wei te laten grazen. Tijdens de weidegang kunnen ontlasting en urine niet mengen en ontstaat minder ammoniak. Maar zonder enige reductie van de veestapel zijn stikstofdoelen onhaalbaar."
"Momenteel komt er elk jaar nog ongeveer twee keer zoveel stikstof Nederland binnen via veevoer en kunstmest als er via landbouwproducten weer uit gaat: er is dus sprake van een (opstapelend) stikstofoverschot. Zolang dat zo is, blijft de stikstofconcentratie in de natuur verder oplopen en de natuurschade verder toenemen."
Edo: "Politiek gezien is er weinig speelruimte, al wordt er veel gediscussieerd of de deadline van halveren nu op 2030 of 2035 moet staan. Het kabinet wil 2030 en dat jaartal staat ook in de nieuwe stikstofwet die nog door de Tweede Kamer moet worden behandeld. De oppositie én coalitie zijn alleen hopeloos verdeeld."
"Een mogelijke uitweg is focussen op het tussendoel in 2025. Dan moet 40 procent van de stikstofgevoelige natuurgebieden niet verder verslechteren. Dat jaartal staat niet ter discussie. Verder biedt het stikstofrapport van Johan Remkes een muizengaatje: in zeer bijzondere gevallen mogen provincies afwijken van het doel in 2030."
Rolf: "Europese landen hebben onderling afgesproken dat de natuur in "een gunstige staat van instandhouding" moet blijven. Dat betekent dat de natuur niet verder achteruit mag gaan. Dit staat in de habitatrichtlijn en geldt officieel alleen voor natuur in een bepaald type natuurgebieden, Natura 2000 geheten."
"Nederland voldoet hier in de praktijk niet aan. Van de verschillende soorten beschermde natuur (habitattypen) in Nederland bevindt 90 procent zich momenteel in een 'ongunstige staat'. Dat wil zeggen dat de natuur er steeds verder achteruitgaat. Die achteruitgang heeft veel oorzaken. De drie belangrijkste zijn versnippering en omvang van natuurgebieden, structurele verdroging (verlaging van grondwater) en stikstofvervuiling."
"Belangrijk in juridisch opzicht is of Nederland wel probeert deze situatie te herstellen: het beleid moet officieel het doel nastreven. In 2019 oordeelde de Raad van State dat het Nederlandse stikstofbeleid hier niet aan voldoet. De uitstoot daalde te langzaam, waardoor stikstofvervuiling (in Natura 2000-gebieden) steeds verder bleef opstapelen, met steeds verdere verslechtering van de natuur tot gevolg."
"In de praktijk speelt dit probleem vooral in natuurgebieden op zand en veengrond, waar stikstof leidt tot verzuring en verdringing door stikstofminnende soorten. De netto soortenrijkdom van bijvoorbeeld wilde planten, vogels en insecten gaat hierdoor steeds verder achteruit."
"Natuurgebieden kunnen pas van stikstofschade herstellen als de toevoer van stikstof kleiner wordt dan de afvoer. Die grenswaarde verschilt per natuurgebied en natuurtype, en wordt de kritische depositiegrens genoemd. Voor Nederland als geheel is grofweg een halvering van de uitstoot nodig om herstel mogelijk te maken."
Rolf: "Het verminderen van Natura 2000-gebieden is in theorie mogelijk, maar alleen als er sprake is van fouten in de toewijzing of als het beschermdoel er onhaalbaar is, zonder dat dat komt door nalatigheid van de overheid. In de praktijk wordt vrijwel nooit voldaan aan die voorwaarden en kunnen Natura 2000-gebieden dus niet worden geschrapt."
"Ook komen er niet zomaar Natura 2000-gebieden bij. De toewijzing is een langdurige procedure, waarbij inspraak en bezwaar mogelijk is. Nederland telt 162 Natura 2000-gebieden. Sommige zijn heel klein en enkele zijn groot. Dat geldt vooral voor Natura 2000-gebieden op water, zoals het Markermeer, het IJsselmeer en de Waddenzee. De mate waarin deze gebieden gevoelig zijn voor stikstofvervuiling, verschilt onderling sterk. Gebieden op water zijn er ongevoelig voor en vooral natuur op zandgronden is juist kwetsbaar."
Edo: "Vanuit Europa zijn er zogenoemde richtlijnen waar de lidstaten zich aan moeten houden. Landen mogen vervolgens zelf bepalen hoe zij die richtlijnen in wetgeving willen gieten."
"Dat geldt ook voor regels rondom de zorg voor de natuur waar de stikstofmaatregelen uit voort komen. Er staat nergens letterlijk 'stikstof' in die Europese richtlijnen, maar wel dat de landen ervoor moeten zorgen dat de gebieden niet mogen verslechteren. Die verslechteren in Nederland wel, vooral door het teveel aan stikstofneerslag."
"Die Europese richtlijnen zijn door de regeringen van alle lidstaten goedgekeurd, dus ook door Nederland. Europa legt dus niets op qua stikstofbeleid. Het is een gevolg van regels waar Nederland zelf ooit mee heeft ingestemd."
Rolf: "Bij de reductie van stikstof wordt door de overheid 'top-down' gekeken. De hoogste prioriteit wordt gegeven aan een een vijftigtal boerenbedrijven met zeer hoge stikstofuitstoot dicht bij kwetsbare natuurgebieden. In totaal zijn er in Nederland zo'n drieduizend piekbelasters onder de boerenbedrijven. Als deze bedrijven zich vrijwillig laten uitkopen, krijgen ze van de overheid 20 procent extra geld boven op de geschatte marktwaarde van hun bedrijf. Als een deel van deze regeling gebruikmaakt, zijn de stikstofdoelen haalbaar."
"Je kunt het stikstofprobleem ook 'bottom-up' bekijken. Dan zijn zeventien miljoen Nederlanders gezamenlijk verantwoordelijk voor de stikstofuitstoot, bijvoorbeeld omdat we in de supermarkt vlees en zuivel kopen, en in een auto rijden."
"Met het verduurzamen van je leefstijl kun je je persoonlijke aandeel verkleinen. Een stap is dan bijvoorbeeld om voortaan te kiezen voor biologische melk in plaats van reguliere melk. Per liter zuivel veroorzaakt de biologische landbouw een wat lagere stikstofuitstoot, omdat er minder wordt bijgevoerd met geïmporteerd veevoer en koeien vaker in de wei grazen. Het aandeel van biologische landbouw wordt mede gestuurd door de vraag naar biologische producten."
Edo: "Om stikstof te reduceren kan een boer verduurzamen, verhuizen of helemaal stoppen. Uitgangspunt is dat de stikstofuitstoot in elk geval met minimaal 85 procent wordt verlaagd. Je kunt dus een ander bedrijf op de landbouwgrond beginnen, zolang je maar een stuk minder stikstof uitstoot."
"Als een boer helemaal stopt, dan worden simpel gezegd de stallen opgekocht, niet het gehele boerenerf zelf. Je kunt er dus blijven wonen. Europa stelt als voorwaarde aan de uitkoopregeling dat je je bedrijf niet in Nederland of een ander EU-land mag voortzetten. De regeling geldt daarnaast alleen als je minstens vijf jaar lang boer bent."
Edo: "Het staat buiten kijf dat een aantal grote bedrijven ontzettend rijk is geworden van de veeteelt. Dat zijn bijvoorbeeld veevoederbedrijven, maar ook supermarktketens en banken die leningen aan boeren verstrekken. Als de veestapel kleiner wordt, zien deze bedrijven hun omzet dalen."
"Boerenprotesten tegen de stikstofplannen zijn door een deel van deze bedrijven ook ondersteund en gefinancierd. Zuivelgigant Royal A-ware, kalvermesterij Vandrie Group en veevoederbedrijven Royal De Heus en ForFarmers hebben miljarden omzetten."
"De Rabobank is de grote financierder van boeren, maar de bank gaat geen leningen afschrijven. In hoeverre de lobby van het bedrijfsleven impact heeft gehad op het tempo van de stikstofmaatregelen, is lastig in te schatten. Maar de belangen zijn in ieder geval gigantisch."







