Stikstofbemiddelaar Johan Remkes vindt dat de levensmiddelensector geen verantwoordelijkheid neemt door niet in te gaan op zijn uitnodiging om mee te praten over het stikstofbeleid. Hij zegt wel open te staan voor een gesprek op een later tijdstip.

"Ik hoor heel vaak heel mooie woorden over maatschappelijk verantwoord ondernemen", zegt Remkes. "Maar deze houding getuigt daar niet van."

In eerste instantie zou supermarktkoepel Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) aanschuiven, maar maandag meldde de organisatie daar toch van af te zien. De koepel vindt het namelijk vooral van belang dat het kabinet en de boerenorganisaties eerst weer met elkaar in gesprek gaan om tot oplossingen te komen.

Ondanks het onbegrip van Remkes blijft de deur openstaan voor de levensmiddelensector. "Als die sector nog behoefte heeft aan een gesprek, dan komt er een gesprek."

CBL: 'Niet gezegd dat we nooit willen praten'

CBL zei eerder al dat het in een later stadium wel met Remkes en het kabinet wil praten. "We hebben niet gezegd dat we nooit willen praten", reageert een woordvoerder.

"Het is van belang dat de juiste partijen tijdens zo'n gesprek aan tafel zitten. Maar bijvoorbeeld de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) is daarbij niet aanwezig, dat is dan lastig. Dat is wel een belangrijke partij in de voedselketen", vervolgt ze.

Milieudefensie noemt het "niet verrassend" dat de levensmiddelensector wegloopt voor zijn verantwoordelijkheid in de stikstofcrisis. "De grote voedselbedrijven schitteren door afwezigheid in de gehele klimaatcrisis", zegt de organisatie.

In het bijzonder benoemt Milieudefensie de rol van Albert Heijn-moeder Ahold Delhaize. "Het concern doet vrijwel niets aan 95 procent van de aan zijn producten gelinkte CO2-uitstoot. Het is echt de hoogste tijd dat bedrijven als Ahold Delhaize een fatsoenlijke bijdrage gaan leveren aan het oplossen van de klimaatcrisis en de stikstofcrisis."