Op 17 maart gaan we naar de stembus. Om je bij het maken van je keus te helpen, maken we de balans op: hoe staat Nederland ervoor? Deze keer nemen we de zorg onder de loep. Hebben we genoeg verpleegkundigen? En hoeveel geven we eigenlijk uit aan zorg?

Demissionair minister Tamara van Ark (Medische Zorg) houdt rekening met een tekort van ruim 130.000 medewerkers in de zorg in 2030. Volgend jaar ligt dat tekort nog grofweg tussen de 55.000 en 75.000 werknemers.

Dat is het totale aantal zorgwerknemers dat naar verwachting nodig is. Het gaat daarbij om de hele zorg, dus van ziekenhuizen tot verpleeghuizen.

De schatting is dat in 2030 in de verpleeghuiszorg 400.000 werknemers nodig zijn. Nu zijn dat er nog maar 285.000. In de ziekenhuissector werken nu iets minder dan 220.000 mensen en in 2030 zijn er vermoedelijk 20.000 extra verpleegkundigen nodig.

Volgens Van Ark ontstaan in de groep van mbo 3-, mbo- en hbo-verpleegkundigen de grootste tekorten. Dat de meesten van hen in 2030 in de verpleeghuiszorg nodig zijn, komt door de toenemende vraag naar zorg in die sector.

De verwachting is dat er in 2030 een tekort van ruim 130.000 zorgmedewerkers is.

De verwachting is dat er in 2030 een tekort van ruim 130.000 zorgmedewerkers is.
De verwachting is dat er in 2030 een tekort van ruim 130.000 zorgmedewerkers is.
Foto: ANP

Van een blik op de toekomst gaan we naar het verleden. Want vanwege de coronacrisis gaat het vaak over het aantal ziekenhuisbedden in Nederland. Het aantal bedden is in de laatste tientallen jaren flink afgenomen. Begin jaren zeventig waren er 75.000 ziekenhuisbedden in Nederland en dat aantal is inmiddels met bijna de helft afgenomen.

De oorzaak? Het aantal nachten dat mensen in het ziekenhuis liggen wordt steeds kleiner. Daarnaast wordt er steeds vaker voor gekozen om een patiënt op de dag van de behandeling al naar huis te sturen. Dan komt er weer een bed vrij.

Ter vergelijking: begin jaren zeventig lag een gemiddelde patiënt zo'n achttien dagen in het ziekenhuis. In de laatste jaren was de gemiddelde ligduur in het ziekenhuis ruim vijf dagen.

Aantal ziekenhuisbedden in Nederland

Tegelijkertijd lopen de kosten voor de zorg wel op. In 2019 kostte de zorg - waar uitgaven voor welzijn, kinderopvang en een deel van de ouderenzorg niet eens bij inbegrepen zijn - Nederland ruim 1,5 miljard euro per week. Dat is 10 procent van ons bruto binnenlands product (bbp).

In 2010 was dat aandeel ongeveer even groot, maar in 2000 kwamen de uitgaven aan de zorg nog uit op 7,7 procent van het bbp. Nog een feitje: in 2019 gaven we per persoon 6.120 euro uit aan zorg. Dat is ruim 260 euro meer dan in het jaar ervoor.

Zorgkosten als percentage van BBP

Door de coronacrisis gaat het ook vaak over het aantal bedden op de intensive care (ic). Van de 1.350 beschikbare ic-bedden wordt grofweg 40 procent bezet door coronapatiënten.

En dan is het aantal beschikbare ic-bedden al verhoogd. Voor de coronacrisis beschikte Nederland over 1.150 ic-bedden, waarvan normaal gesproken ongeveer drie kwart bezet is.

Dat niet de volledige ic-capaciteit wordt benut, komt doordat er altijd bedden vrij moeten blijven voor acute gevallen. Op elk moment kan er bijvoorbeeld een slachtoffer van een auto-ongeluk in het ziekenhuis belanden en ic-zorg nodig hebben.

Als we naar het aantal ic-bedden per 100.000 inwoners kijken, dan heeft Nederland er gemiddeld minder dan de rest van Europa. Nederland beschikt over 6 zes ic-bedden per 100.000 inwoners, terwijl het gemiddelde in Europa op 11,5 bedden per 100.000 inwoners ligt.

Duitsland is in Europa de absolute koploper als het gaat om het aantal ic-bedden. De oosterburen hebben bijna 30 ic-bedden per 100.000 inwoners. Duitsland schoot Nederland dan ook te hulp toen er op piekmomenten te weinig ic-bedden waren.