Op 17 maart gaan we naar de stembus. Om je te helpen bij het maken van je keuze maken we de balans op: hoe staat Nederland ervoor? Deze keer nemen we het onderwijs onder de loep. Hoe staat het met het lerarentekort? En kunnen alle leerlingen zich op dezelfde manier ontwikkelen?

Zes keer legden docenten in de afgelopen drie jaar het werk neer. Ze waren ontevreden over hun salaris en over de werkdruk. Al een paar keer is er door demissionair minister Arie Slob (Onderwijs) extra geld vrijgemaakt, maar daarmee zijn de problemen voor scholen niet opgelost.

Het lerarentekort blijft oplopen. Dat geldt voor het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs (mbo). In 2019 waren er ruim tweeduizend te weinig docenten en de verwachting is dat dat in het schooljaar 2023/2024 oploopt tot vierduizend. Als er niks verandert, kan dat tekort in 2027 zijn opgelopen tot bijna elfduizend.

Het tekort aan docenten wordt deels veroorzaakt doordat er meer leraren met pensioen gaan dan dat er nieuwe leerkrachten bij komen. Ook kiezen minder studenten ervoor om een lerarenopleiding te volgen en als ze dat wel doen, is een groot deel binnen vijf jaar na het afstuderen niet meer actief in het onderwijs.

Lastig voor basisscholen in de Randstad om aan leraren te komen

In de Randstad en de grote steden is het lerarentekort het hoogst. Voorspellingen laten zien dat uiteindelijk het hele land ermee te maken zal krijgen, maar dat de problemen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere het grootst zullen worden.

Scholen met veel leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond hebben meer last van het tekort aan leerkrachten dan scholen waarvan de leerlingenpopulatie voornamelijk een westerse achtergrond heeft. "Juist op deze scholen zijn vakbekwame leraren en continuïteit in het team essentieel", constateert de Inspectie van het Onderwijs.

De onderwijsinspectie vindt die ongelijke verdeling zorgelijk. "Het draagt potentieel bij aan meer kansenongelijkheid in het Nederlandse onderwijs."

Die kansenongelijkheid is al te zien in het onderwijs. Leerlingen van hoogopgeleide ouders gaan vaker in één keer van groep acht naar havo/vwo, terwijl kinderen van lager opgeleide ouders vaker blijven zitten. Die leerlingen gaan vaker naar het vmbo en krijgen ook vaker een verwijzing naar het speciaal basisonderwijs.

Die kansenongelijkheid is zowel in het basis- als het voortgezet onderwijs te zien. Dat verschil in kansen steeg vanaf 2009, maar is inmiddels een paar jaar tot stilstand gekomen. Het probleem is daarmee niet opgelost, maar de inspectie ziet het in ieder geval als positief dat de kansenongelijkheid niet verder groeit.

“We doen er alles aan om de jongste generaties dezelfde kansen te bieden als de generaties die zonder pandemie naar school gingen.”
Arie Slob, minister van Onderwijs

De coronacrisis helpt niet mee die kansenongelijkheid weg te werken. "Het gat groeit", zei Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad, eerder tegen NU.nl.

Ook de onderwijswethouders van Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag uitten begin dit jaar hun zorgen over de door coronacrisis oplopende verschillen tussen kinderen. Ze pleitten voor een nationaal plan om ervoor te zorgen dat achterstanden kunnen worden ingelopen.

Dat plan kwam er half februari, toen ministers Slob en Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) aankondigden 8,5 miljard in het onderwijs te gaan pompen. Op die manier moeten corona-achterstanden worden ingelopen. "We doen er alles aan om de jongste generaties in ons land dezelfde kansen te bieden als de generaties die zonder pandemie naar school gingen", zei Slob.

Begin 2020 demonstreerden leraren tegen de hoge werkdruk.

Begin 2020 demonstreerden leraren tegen de hoge werkdruk.
Begin 2020 demonstreerden leraren tegen de hoge werkdruk.
Foto: ANP

De onderwijsachterstanden moeten binnen 2,5 jaar zijn ingelopen door bijvoorbeeld bijles te geven als dat nodig is. Ook moet volgens het ministerie in die periode de kansengelijkheid zijn bevorderd. Dat laatste moet gebeuren met behulp van de Gelijke Kansen Alliantie, die onderdeel is van het ministerie van Onderwijs. Die alliantie was in vijftig gemeenten actief, maar gaat uitbreiden naar honderd gemeenten.

Wel blijft het probleem staan waar we dit verhaal mee begonnen: het lerarentekort. Er zijn nu al te weinig docenten en als achterstanden moeten worden ingehaald, vraagt dat meer van leerkrachten. Dat verhoogt de werkdruk, terwijl leraren daar al meermaals tegen protesteerden.

Het ministerie van Onderwijs investeert daarom extra in hulp in de klas, die leraren kunnen ontzien. Die hulp kan komen van klassenassistenten, onderwijsassistenten en studenten. Ook wordt gevraagd of leraren die al met pensioen zijn, kunnen bijspringen.

We helpen je graag bij het maken van je keuze.

Meld je aan voor de Verkiezingsupdate Ontvang elke dag onze update