Klimaatverandering is een van de grote politieke onderwerpen geworden. Partijprogramma's besteden er meer aandacht aan, zorgen bij kiezers nemen toe, en ook de verdere wereld staat niet stil. Hoe vergelijkt Nederland met andere landen? En voor welke klimaatuitdagingen staat het nieuwe kabinet?

Wil je meer weten over de stand van het land? Ontvang meldingen bij nieuwe artikelen

Nederland is een trage starter. De gaswinning bereikte in 2013 een recordhoogte en in 2015 en 2016 openden we nog nieuwe kolencentrales. Als gevolg lag de Nederlandse CO2-uitstoot tot 2018 op het niveau van 1990, het jaar waar we onze klimaatdoelen aan afmeten.

In Europese ranglijsten was het verhaal dan ook lang hetzelfde: we bungelen onderaan, en onze uitstoot per inwoner is hoog. Maar dat plaatje begint te verschuiven. Het aantal zonnepanelen groeit 50 procent per jaar, en de eerste grote windparken op de Noordzee breken productierecords.

Reductie broeikasgassen per land, van 1990 tot 2018

Mogelijk halen we nipt ons klimaatdoel voor 2020, dankzij de coronacrisis. Omdat klimaatbeleid niet wilde vlotten, kwam er een rechter aan te pas. Die oordeelde dat Nederland in 2020 minimaal een kwart minder broeikasgassen moest uitstoten dan in 1990. Het is nog wachten op de officiële doorrekening. Maar mogelijk is het doel op de valreep gehaald, met een tiende procent verschil.

Dat komt dan vooral doordat we sinds 1990 minder 'overige broeikasgassen' uitstoten, zoals methaan. Maar precies in 2020 ging door afname van het wegverkeer ook de CO2-uitstoot (tijdelijk) flink omlaag. Als daarmee het klimaatdoel inderdaad gehaald is, is dat met de hakken over de sloot. Vlak voor de tweede lockdown in het najaar leek het 'Urgendadoel' niet gehaald te worden.

Raming uitstoot broeikasgassen

De volgende mijlpaal is 2030. Het Nationale Klimaatakkoord heeft tot doel om in 2030 49 procent minder broeikasgassen uit te stoten (dan in 1990). Die ambitie zal onder het nieuwe kabinet iets omhooggaan, om in lijn te komen met aangescherpte Europese klimaatdoelen.

De meeste grote partijen willen in 2030 55 of 60 procent minder broeikasgassen.

Daarvoor zijn veel zaken naast elkaar nodig. Nederland wil omschakelen naar groene elektriciteit. Maar dan houden we andere grote bronnen van broeikasuitstoot over: wegverkeer, verwarming, industrie en landbouw (scheepvaart en luchtvaart tellen niet mee).

Daar wordt op hoofdlijnen geschetst: ondergrondse CO2-opslag voor zware industrie, wellicht krimp van de veestapel, eerste stappen naar gasvrije verwarming. Wegverkeer wordt grotendeels elektrisch, maar de fiets en trein moeten hun rol behouden.

De meeste partijen zijn het eens over het belang van zonnepanelen op daken en windmolens op de Noordzee. Om pieken en dalen op te vangen is daarnaast opslag nodig, en uitbreiding van het stroomnet.

Voorlopig draait de Nederlandse stroomvoorziening nog op een bonte mix van aardgas, steenkool en biomassa. Biomassa moet op termijn gebruikt worden voor hoogwaardiger toepassingen en alle kolencentrales sluiten uiterlijk in 2030.

Kernenergie wordt in verkiezingstijd iets opgeblazen. Nieuwe kerncentrales kunnen op termijn bijdragen aan een lagere uitstoot, maar het is een relatief dure (en trage) optie, die nu slechts 2 procent van onze energie levert.

Belangrijker is waterstof. Dat heeft zoveel toepassingen, dat wordt gesproken van de 'waterstofeconomie'. Buurlanden investeren miljarden; het nieuwe kabinet is daar aan zet.

Wat is eigenlijk het doel van Nederlands klimaatbeleid? De meeste partijen zien ons klimaatbeleid als onderdeel van internationale samenwerkingen op VN-niveau (het Parijsakkoord) en binnen de EU (Green Deal). Binnen die kaders steunt Nederland het doel om te proberen 'gevaarlijke klimaatverandering' te voorkomen, en de mondiale opwarming bij voorkeur niet boven de 1,5 graden te laten uitkomen.

Door die internationale context vergeten we soms misschien dat Nederland zelf ook kwetsbaar is voor gevolgen van klimaatverandering. Mede door afzwakking van de Golfstroom worden onze winters natter en onze zomers droger (met meer stortbuien), met grote gevolgen voor landbouw en natuur. Ook krijgen we in de zomer steeds vaker hittegolven.

De grootste bedreiging voor Nederland op de (zeer) lange termijn is de versnellende zeespiegelstijging. Groenland en Antarctica verliezen in hoger tempo ijs, en verwachtingen voor de toekomst lopen sterk uiteen. De zeespiegelstijging heeft voor Nederland uiteenlopende gevolgen, en voor meerdere van die problemen zijn dijkverhogingen geen oplossing.

We zijn ook afhankelijk van de verdere wereld, en die staat niet stil. Veel grote economieën willen binnen dertig jaar klimaatneutraal zijn.

Duurzame energie wordt steeds goedkoper, waardoor landen meer investeren en de prijs verder daalt. De vraag naar olie zakt, en zon en wind halen gas en steenkool in. En omdat klimaatverandering ook economische schade veroorzaakt, beginnen economische kansen te overlappen met klimaatbeleid.