Op 17 maart gaan we naar de stembus. Om je te helpen bij het maken van je keuze maken we de balans op: hoe staat Nederland ervoor? Deze keer nemen we de inkomensverdeling onder de loep. Hoe doen we het in vergelijking met andere landen? Hoe groot is de inkomenskloof tussen bijvoorbeeld mannen en vrouwen? En hoeveel mensen leven onder de armoedegrens?

Wil je meer weten over de stand van het land? Ontvang meldingen bij nieuwe artikelen

Uit de recentste cijfers, over 2019, blijkt dat 5,7 procent van de bijna 8 miljoen huishoudens in Nederland het in 2019 moest doen met een jaarinkomen van minder dan 14.000 euro per volwassen gezinslid. Tegelijkertijd heeft 9 procent een jaarinkomen van meer dan 50.000 euro per volwassene.

Inkomen per gezinslid

Bij de verdeling van het vermogen zijn de verschillen groter. Zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over het jaar 2017 dat de rijkste 10 procent van Nederland gezamenlijk 64 procent van het vermogen bezit. De rijkste 20 procent bezit 83 procent van het vermogen, waarbij het grootste deel van de vermogens in het eigen huis zit.

Toch doet Nederland het in vergelijking met veel andere landen helemaal niet zo slecht als het gaat om verdeling van welvaart. Op een ranglijst van dataverzamelaar Statista, waarop 131 landen staan, stond Nederland twee jaar geleden op een dertiende plaats.

Als alleen gekeken wordt naar EU-landen staat Nederland op een zesde plek. Vooral in Oost-Europese landen als Tsjechië en Slowakije liggen de inkomens nog wat dichter bij elkaar, net als in België. In onder meer Duitsland en Frankrijk zijn de inkomens juist minder gelijk verdeeld. Hetzelfde geldt voor het VK en de VS.

Uit de recentste cijfers (2019) blijkt dat er 1,014 miljoen mensen een inkomen hadden dat op of onder de lage-inkomensgrens lag. Dat is 6,2 procent van de totale bevolking, waarbij studentenwoningen en mensen die slechts een deel van het jaar een inkomen hadden buiten beschouwing zijn gelaten. Voor een alleenstaande ligt deze armoedegrens op 1.090 euro per maand, voor een gezin met twee minderjarige kinderen is dat 2.080 euro voor het hele gezin.

Wat opvalt, is dat Nederlanders met een migratie-achtergrond sterk oververtegenwoordigd zijn in de groep die op of onder de lage-inkomensgrens zit. Van de Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond zat twee jaar geleden bijna 19,9 procent op of onder deze grens. Dat is ruim vijfmaal zoveel als mensen met een Nederlandse achtergrond, bij wie dit percentage beperkt blijft tot 3,7.

Het gaat hierbij om mensen die gedurende minimaal één jaar een dergelijk laag inkomen hebben. Bij de groep die het vier jaar of langer met zo'n laag inkomen moet doen, is het verschil zelfs zeven keer zo groot: 9,8 tegenover 1,4 procent.

Het verschil wordt onder meer veroorzaakt doordat Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond minder vaak hoogopgeleid zijn. Ook speelt mee dat ze driemaal zo vaak langdurig werkloos zijn als autochtonen.

Lage inkomens per bevolkingsgroep

De hoeveelheid lage inkomens onder niet-westerse allochtonen steekt niet alleen schril af bij de inkomens van het deel van de bevolking met een Nederlandse achtergrond. Ook onder migranten van westerse komaf, die bijvoorbeeld een Duitse of Britse achtergrond hebben, zijn er minder mensen die rond of onder deze grens moeten leven. Welke gevolgen de coronacrisis hiervoor heeft gehad, is nog niet bekend.

Ook tussen mannen en vrouwen gaapt een behoorlijk gat qua hoogte van het inkomen. Mannen verdienden twee jaar geleden gemiddeld 41.200 euro per jaar. Bij vrouwen was dit gemiddeld 25.300 euro, wat 15.900 euro lager is. Al jaren schommelt het verschil tussen de 15.000 en 16.000 euro.

Verschil in jaarinkomen tussen mannen en vrouwen

Als gekeken wordt naar het gemiddelde brutoloon per uur zijn de verschillen kleiner. In 2019 hadden vrouwen een bruto-uurloon dat 14 procent lager was dan dat van mannen. Tien jaar eerder was dat nog 20 procent. Dit komt onder meer doordat een steeds groter aandeel van de vrouwen op de arbeidsmarkt hoogopgeleid is.

Hoewel de loonkloof nog altijd vrij groot is, worden wel steeds meer vrouwen economisch zelfstandig. Zo verdiende vier jaar geleden nog 61 procent van de vrouwen een inkomen dat gelijk was aan of hoger was dan een bijstandsuitkering. Twee jaar later was dat gestegen naar 64 procent.

Wel is dat nog altijd fors lager dan bij mannen (81 procent). Reden hiervoor is dat mannen vaker werk hebben, meestal een voltijdsbaan hebben en ze per uur meer verdienen. Dit verschil in uurloon is in Nederland groter dan in veel andere EU-landen.

De gevolgen van de coronacrisis op het inkomensverschil tussen mannen en vrouwen zijn nog niet helemaal duidelijk. Wel lijkt de werkloosheid afgelopen jaar onder vrouwen iets harder te zijn opgelopen dan onder mannen.

Daar komt bij dat volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) alleenstaande ouders, meestal vrouwen, in sectoren werken waar tijdens de crisis de hardste klappen zijn gevallen. Dit vergroot het risico op armoede voor deze groep.

We helpen je graag bij het maken van je keuze.

Meld je aan voor de Verkiezingsupdate Ontvang elke dag onze update