LONDEN - Het weerzien met FC Porto is coach José Mourinho goed bevallen. De Portugese trainer won met Chelsea dinsdagavond met 2-1 van zijn voormalige club waarmee hij in 2004 de Champions League won. De zwaarbevochten zege, na een achterstand van 0-1, was voldoende om de laatste acht te bereiken op het kampioenenbal. Het eerste duel twee weken geleden in Porto eindigde in 1-1.

Chelsea, met de herstelde Khalid Boulahrouz op de bank, domineerde in de eerste helft zonder te overtuigen. De thuisploeg dwong geen grote, uitgespeelde kansen af. Wel kreeg de onverbeterlijke Arjen Robben de gele kaart voor een opzichtige fopduik, die door de Italiaanse arbiter Roberto Rosetti resoluut werd bestraft. De stand was op dat moment al 1-0 in het voordeel van FC Porto. Quaresma bekroonde na een kwartier een vloeiende aanval met een doeltreffend schot. De Engelse afweer, zonder de geblesseerde aanvoerder John Terry, rammelde aan alle kanten.

Met Obi Mikel voor Makelele trachtte Mourinho in de tweede helft zijn ploeg meer aanvalskracht te geven. Binnen drie minuten kwam Chelsea op gelijke hoogte, met dank aan Porto-doelman Helton. Hij verkeek zich volledig op een onschuldige stuiterbal van Robben, 1-1. De arme doelman was daarna de kluts kwijt. Hij deed rare dingen, maar kon weinig doen aan het beslissende doelpunt van Ballack in de 79e minuut, 2-1.

In Lyon ging Roma de rust in met een comfortabele voorsprong van 2-0. Totti en Mancini maakten de treffers voor de Italiaanse ploeg, die eerder voor eigen publiek tegen de Franse club op 0-0 bleef steken. Roma bleef na de rust goed overeind.

Na de 2-2 twee weken geleden op eigen veld moest Inter winnen van Valencia, maar de Italiaanse ploeg had moeite met het creëren van kansen. Aan 0-0 had de Spaanse formatie voldoende om door te gaan.