HEERENVEEN - Een vol Thialf en twee jeugdige Nederlandse favorieten. Het schaatsen in Nederland lijkt bij de start van de wereldtitelstrijd allround het komende weekeinde in Heerenveen niet kapot te kunnen. De waarheid is anders. "Ik heb grote zorgen", zegt Wopke de Vegt, sinds dit seizoen de bondscoach.

De Vegt, een van de opvolgers van Ab Krook, kijkt niet naar het naderende WK, het volgende seizoen, of zelfs de Olympische Spelen van 2010. Hij kijkt naar de lange termijn. "Wat ik zie is dat het ledenaantal bij de pupillen in onze sport terugloopt. Terug holt!"

"Alleen al bij de ijsclub uit mijn buurt met driehonderd binnen een jaar! Iedereen denkt dat er in Nederland altijd wel goede schaatsers zullen zijn. Maar als het zo doorgaat, is dat straks niet meer het geval."

Trainen

De oorzaak is niet direct aanwijsbaar. "Het ligt voor de hand te zeggen dat de jeugd geen ijs kent omdat het nooit vriest. Dat is me te simpel. Ik zie wel de maatschappelijke ontwikkeling. Voor deze sport moet je veel opgeven. Hard trainen, gezond eten, veel slapen. Kennelijk willen velen dat niet meer. Heel jong verliezen wij daardoor mensen die zeer getalenteerd zijn."

Sigaretje

Bij veel balsporten, zegt De Vegt, kan het nog wel, af en toe een biertje of een sigaretje. "Bij het schaatsen niet. We krijgen te maken met jonge mensen die gedemotiveerd zijn. Dan praat je over een leeftijdscategorie waarin je ze normaal gesproken zou moeten afremmen."

"Het er alles voor over hebben, dat verdwijnt kennelijk uit de samenleving. Ze zitten liever achter de computer en doen het op de gemakkelijke manier. De groep die echt ergens voor kiest wordt steeds kleiner."

Innovatie

Het gebeurt in een fase dat de sport volop in ontwikkeling is. "Op het gebied van innovatie gebeurt zo veel dat ik zeker weet dat de stijgende lijn zich doorzet. De komst van de merkenteams geeft veel meer schaatsers dan vroeger de gelegenheid professional te worden. Steeds meer nationaliteiten reiken bij de kampioenschappen tot het podium. Wat dat betreft gaat het goed."

De Vegt hoort desondanks ook de roep om veranderingen. "Die komt vooral van de grote partijen uit de media. De langste afstanden (5000 vrouwen/10.000 mannen) komen opnieuw onder druk."

"Als bondscoach zal ik die disciplines altijd verdedigen. De 10 kilometer blijft de bekroning van een allroundtoernooi. Aan de andere kant kan ik mijn ogen niet sluiten voor de vraag naar vernieuwingen. Het is allemaal een kwestie van tijd."

Explosief

Het uitgangspunt van De Vegt is duidelijk: "Laten we vooral kijken naar het mooie dat we hebben en dat niet weggooien. Toch vind ik bijvoorbeeld de 100 meter fantastisch. Explosief, elke fout is funest. Toch loopt die niet bij de wereldbekers en dat is jammer. Het onderdeel zou volgens mij aansluiten bij de ambities van het IOC. Net als de zogenoemde massastarts, die in andere sporten (snowboarden) hun waarde al hebben bewezen."

Eén ding ziet hij niet meer zitten: Belangrijke toernooien op een buitenbaan. De Vegt: "Natuurlijk vind ik schaatsen op de Weissensee ook het mooiste wat er is. Maar we moeten in deze tijd een faire competitie hebben. Bij het EK recentelijk in de open lucht van Collalbo heeft alles meegezeten. Voor hetzelfde geld was het drie dagen noodweer geweest. Dat risico mogen we niet lopen."