ASSEN - Na zijn matige prestaties tijdens de wereldbekerwedstrijd in Heerenveen legde hij zichzelf een strafregime op. Gianni Romme was boos op zijn eigen persoontje en schroefde het aantal trainingsuren, in aanloop naar het NK allround, flink op. "Ik heb mezelf flink op mijn donder gegeven. Het was zo erg dat zelfs mijn trainer Jac Orie zich afvroeg of het niet iets minder moest."

Nee, luidde het antwoord. De aanpak van Romme bracht de sponsorloze rijder het gewenste succes. Het krachtmens uit Made won tijdens een uiterst aantrekkelijk NK allround de 1500 meter en eindigde als tweede op de tien kilometer. Voldoende om zich te kronen tot Nederlands kampioen. "Ik ben weer helemaal terug. De prestaties zeggen genoeg", jubelde hij.

December-ziekte

In het wereldbekercircuit presteerde Romme dit seizoen nog onder zijn kunnen. Na zijn bijkans traditionele 'december-ziekte' ("een dagje schijten en kotsen") werkte de Brabander in Erfurt hard aan de conditie. Daar kreeg hij de bevestiging op de juiste weg te zitten. "Na de WB-wedstrijd in Heerenveen heb ik me helemaal gek getraind. Tja, zoiets heb ik gewoon nodig. Dan voel ik me weer goed in mijn koppie."

Haagse humor

De scherpe tijden in Assen gaven Romme het gevoel dat hij zonder problemen een piek kan bereiken: "Als we ons moeten kwalificeren, staat de hele ploeg er. Dankzij Orie", meende hij. "Orie praat heel duidelijk en makkelijk, met een vleugje Haagse humor. Hij luistert goed naar wat wij nodig hebben en zet met die informatie een schema in elkaar."

Tuitert

Dat de aanpak-Orie succesvol is, werd onderstreept door de tweede plaats van de 22-jarige Mark Tuitert. Op schaatsbaan 'De Smelt' leidde de Holtenaar na de eerste dag. Op de 1500 meter, zondag, ging het echter mis. Bij de start schoot de pijn in zijn linkerlies, waarna Tuitert vijftig meter verderop zelfs overwoog te stoppen. "Maar ik dacht: doorgaan, doorgaan. Ik kon niet eens fatsoenlijk mijn slag afmaken."

Na die afstand, waar Tuitert als zesde eindigde, vertrok de rijder ijlings naar zijn hotel waar hij grondig werd onderzocht. Daaruit bleek dat de schaatser zijn lies 'slechts' verrekt had en hij kon starten op de tien kilometer. "Dat was een benauwd uurtje", keek Tuitert terug.

Pijnstiller

"Ik heb een pijnstiller genomen en ben heel voorzichtig gestart. Drie ronden heb ik pijn gevoeld, daarna ging het wel. De komende tien dagen neem ik rust om te herstellen. Ik start alleen op het EK wanneer ik pijnvrij ben."

Ritsma

Achter Romme en Tuitert kwalificeerden ook Rintje Ritsma (derde) en - verrassend - Ralf van der Rijst (vierde) zich voor het EK.

Uytdehaage

Tegenover het succes van de ploeg-Orie stond het demasqué van Jochem Uytdehaage. De Europees-, wereld- en olympisch kampioen reed een teleurstellende 1500 meter (negende) en tien kilometer (zesde) en eindigde daarmee als achtste. Een plek onwaardig voor de sportman van het jaar 2002. Overigens wist ook ploeggenoot Carl Verheijen zich niet te scharen bij de eerste vier. De TVM-rijder werd vijfde in de eindrangschikking.

Traag ijs

In tegenstelling tot de TVM-ploeg, die alleen in overdekte hallen schaatste, liet de geslepen Orie zijn pupillen in de voorbereiding rijden op 'traag' ijs in Den Haag of Deventer. Daardoor leken Romme en Tuitert minder aanpassingsproblemen te hebben. De ploeg van Kemkers streek pas vrijdag neer in de Drentse hoofdstad. "Misschien moeten we in de toekomst eerder op zo'n baan beginnen", filosofeerde Uytdehaage.

Van ijsschots naar ijsschots

Voor Romme was er in elk geval geen twijfel: het rondjes draaien in Den Haag leverde hem een solide basis op voor het NK allround. "Dat is het verschil met TVM", klonk het overtuigend. "Ik rijd graag in Den Haag. Hoe slecht het ijs ook is, ik heb er een goed gevoel bij. Je springt er soms van ijsschots naar ijsschots. Het heeft iets nostalgisch, lekker ouderwets ploeteren."

Dat deed Romme in Assen ook. Maar hij bleef wel zeven serieuze concurrenten voor. En daarmee kan Romme met recht de winnaar worden genoemd van het sterkst bezette allroundtoernooi ter wereld. Zag ook TVM-coach Kemkers: "Op het EK heb je nog de Russen Lalenkov en Sjepel. Op het NK zijn er acht kanshebbers voor de titel. Dat heb je op een EK niet."