SAO PAULO - Michael Schumacher verlaat de Formule 1 zonder achtste wereldtitel. De Duitser kreeg af te rekenen met pech maar voerde nog een prachtige show op. Fernando Alonso werd tweede en verlengt zo zijn wereldtitel. De zege was voor thuisrijder Felipe Massa.

Even, heel even, leek de laatste Grand Prix van het seizoen een saaie boel te worden. Al beloofde de start veel goeds. Williams-rijders Mark Webber en Nico Rosberg reden elkaar al in de eerste ronde van de baan en lokten zo de safety car de baan op. Toen die verdween schoot Michael Schumacher meteen weer in actie. De Duitser was bij de start al de twee BMW's voorbij gegaan en won ook na de herstart nog enkele plaatsjes. Dat bracht hem in het spoor van Giancarlo Fisichella, die als teamgenoot van Fernando Alonso zijn huid duur moest verkopen.

De Italiaanse Renault-rijder deed wat van hem werd gevraagd, ging het duel aan met Schumacher maar verloor. Of tot niet, want Fisichella slaagde er in Schumacher meteen opnieuw voorbij te gaan. Eén van de achterbanden van de Ferrari-rijder was immers lek gegaan. Opnieuw pech voor de Duitser dus en een afscheid in mineur wenkte. Maar daar had de zevenvoudige wereldkampioen geen zin in.

Sterke remonte Schumacher

Schumacher had bijna een ronde achterstand op teamgenoot en raceleider Felipe Massa, maar ging nog een laatste keer tot het uiterste. Ronde na ronde verkleinde Schumacher zijn achterstand op de andere rijders en hij ging ze ook één na één voorbij. Zelfs Giancarlo Fisichella ging opnieuw voor de bijl. Geen wonder, want Schumacher haalde echt alles uit de kast en toonde nog een laatste keer zijn talent.

Daarbij schuwde 'Schumi' geen risico's. In de strijd om de vierde plaats ging hij wiel aan wiel de eerste bocht in met zijn opvolger bij Ferrari. Kimi Raïkkönen week geen duimbreed, maar speelde het wel fair en liet de Duitser uiteindelijk voorbij. Meer posities zou Schumacher echter niet meer winnen. Geen achtste wereldtitel, maar een vierde plaats is dus het laatste wapenfeit van de succesvolste F1-rijder in de geschiedenis van de sport.

Nummer twee voor Alonso

Niet alleen Schumacher, maar ook Ferrari bleef met lege handen achter in Brazilië. Het Italiaanse team mocht, samen met duizenden uitzinnige Brazilianen, nog wel de oververdiende zege van Felipe Massa vieren. Dat volstond echter niet om de wereldtitel voor constructeurs te winnen. Die ging voor het tweede opeenvolgende seizoen naar Renault. En ook Fernando Alonso wist zijn wereldtitel te verlengen.

De 25-jarige Spanjaard had deze keer het geluk aan zijn kant, maar reed ook een heel volwassen race. Hij nam geen overbodige risico's bij de start en doseerde ook daarna heel wijs. Het leverde hem de tweede plaats en dus een tweede wereldtitel op. Of hij die nog een keer kan verdedigen bij zijn nieuwe werkgever McLaren zullen we volgend seizoen zien. Dit seizoen slaagde het team er alvast niet in ook maar 1 race te winnen.

Kimi Raïkkönen startte nog wel als tweede in Brazilië, maar wist niet eens het podium te halen. De Fin liet zich de derde plaats ontfutselen door Jenson Button. Al was de actie van de Brit niet geheel zonder risico. Button startte overigens maar als veertiende, maar reed een heel knappe wedstrijd. Hij presteerde in elk geval beter dan teamgenoot en thuisrijder Rubens Barrichello. De Braziliaan kwam niet verder dan de zevende plaats achter Giancarlo Fisichella.

Pedro De la Rosa scoorde het laatste puntje voor McLaren. Dit betekent dat Christian Albers het seizoen, in tegenstelling tot volgend jaar, zonder punten moest afsluiten. De Spyker-rijder werd, na een uitstapje door het gras, veertiende. Robert Doornbos sloot zijn (voorlopig) laatste race voor Red Bull af als twaalfde.