ROTTERDAM - Het openbaar ministerie in Rotterdam gaat in hoger beroep tegen de vrijspraak van Feyenoord en clubvoorzitter Jorien van den Herik. Het OM maakte vrijdag bekend dat ze het niet eens is met het oordeel van de rechtbank dat Feyenoord en Van den Herik geen opzettelijke belastingfraude hebben gepleegd.

Volgens het OM heeft de rechtbank zich op onjuiste gronden gebaseerd. De door de rechtbank gedane vaststellingen zijn niet in overeenstemming met de stukken en de getuigenverklaringen, zoals die in het strafdossier zitten, aldus het OM.

De rechtbank in Rotterdam sprak vorige week vrijdag Feyenoord en zijn voorzitter vrij van belastingfraude en valsheid in geschrifte. Het OM had een boete van ruim 1,1 miljoen euro en twaalf maanden cel waarvan de helft voorwaardelijk geëist tegen respectievelijk de club en Van den Herik.

Volgens het OM had Feyenoord opzettelijk een te lage aangifte loonbelasting gedaan. Ten onrechte, aldus Justitie, was geen loonbelasting betaald over een som geld die voetballers Aurelio Vidmar, Christian Gyan en Patrick Allotey bij hun overgang naar Feyenoord zelf in handen zouden hebben gekregen. Dat is volgens het OM tekengeld en daarover moet loonbelasting betaald worden.

Volgens Feyenoord waren het verplichtingen van de vorige eigenaars en had ook daar, of door de spelers zelf belasting afgedragen moeten worden. De rechtbank volgde die redenering. Volgens de rechtbank was het op zijn minst verdedigbaar dat Feyenoord ervan uitging dat de fiscale verplichtingen en consequenties elders lagen.