AMSTERDAM - Het Nederlandse vrouwenhockeyteam heeft een ongeëvenaarde staat van dienst op wereldkampioenschappen. Oranje belandde als enige altijd op het podium. Vijf keer veroverden de Nederlandse hockeysters de wereldtitel. De laatste keer was in 1990 in Sydney. De andere keren waren in 1986 (Amsterdam), 1983 (Kuala Lumpur), 1978 (Madrid) en 1974 (Mandelieu). Vier keer was zilver het eindresultaat en een keer brons. Nederland begint woensdag in Madrid aan het WK hockey tegen India.

Vier jaar geleden in Perth verloor Nederland de finale van Argentinië. De Zuid-Amerikaanse ploeg is ook in Madrid weer kanshebber op goud. Andere favorieten zijn Australië, Duitsland en China.

Hockey

Een Nederlandse medaille op een wereldkampioenschap hockey is geen zekerheid meer. Dat heeft de teleurstellende zevende plaats van de mannen op het WK in Duitsland duidelijk gemaakt. "Het zit dicht bij elkaar in de top. Ook bij de vrouwen. Wie een wedstrijd verzaakt, heeft problemen", vertelt aanvoerster Minke Booij.

Booij

Voorstopper Booij (187 interlands) is een van de boegbeelden uit de selectie van bondscoach Marc Lammers. Ze begint in Spanje aan haar tweede wereldtitelstrijd; vier jaar geleden nam ze uit Perth zilver mee naar huis.

Booij kijkt terug op een lange en bewogen zomer. Oranje wisselde in de voorbereiding knappe overwinningen af met pijnlijke nederlagen. Het brons in juli bij de Champions Trophy in Amstelveen was een domper, de winst vorige maand in het dubbele vierlandentoernooi in de Verenigde Staten een opsteker.

Blessures

Het liep heel anders dan bij het mannenteam, dat in de aanloop naar het WK in Mönchengladbach alles won wat er te winnen viel. "Bij ons is het voortraject veel minder gladjes verlopen, ook door blessures. Ik zie het niet als een nadeel. Als je alle wedstrijden wint, word je minder kritisch. Dan verflauwen zaken."

De 29-jarige hockeyster uit Den Bosch wil daarmee geenszins de oorzaak geven voor het falen van de mannen. "Daarvoor ken ik het team niet goed genoeg. Bovendien wonnen zij in de voorbereiding omdat ze ook gewoon heel goed speelden. Wat ik bedoel is dat het niet erg is om in de voorbereiding een wedstrijd te verliezen. Zeker niet als je ook echt slecht hebt gespeeld. Ik beschouw dat als leermomenten."

Oefencampagne

De formatie van Lammers sloot vorige week in eigen land de lange oefencampagne af met drie oefenwedstrijden. De eerste tegen China ging met 5-3 verloren, de andere twee tegen de VS leverden zeges op (6-0 en 2-0). "Twee keer winnen vlak voor vertrek was wel lekker voor de moraal."

Oranje popelt volgens Booij om aan het serieuze werk te beginnen. "Het hele team heeft er zin in en is gretig. Iedereen beseft heel goed dat we superscherp moeten zijn vanaf de eerste wedstrijd tegen India. Vooruit kijken doen we niet, we focussen per wedstrijd."

Veelzijdig

Booij ziet Nederland wel degelijk als een kandidaat voor de titel. "We hebben een veelzijdig team. Een mix van talent en ervaring, van creativiteit en gedegenheid. Het team heeft geen echte uitblinkers of vedettes, maar wel veel speelsters met specifieke kwaliteiten. De kunst is om die voor het team optimaal te benutten en daar werken we hard aan. Kim Lammers krijgt bijvoorbeeld de bal graag aangespeeld in de cirkel, die maakt oorlog. Ellen Hoog wil juist de bal op het middenveld, zodat ze een rush kan maken. Sylvia Karres kan weer allebei".

Zelf blaakt de verdedigster van zelfvertrouwen. Acht jaar Nederlands elftal hebben haar gerijpt. "Ik heb alles meegemaakt, waardoor ik een betere speelster ben. Ik vind hockey nu eigenlijk veel leuker dan tien jaar geleden. Ik ben rustig in mijn hoofd, heb vertrouwen in mezelf en kan omgaan met spanning. Als ik een slechte pass geef, ben ik niet van slag. Ik blijf natuurlijk een felle en ga nog regelmatig in debat met de scheidsrechter, maar het beïnvloedt mijn spel niet meer negatief."

Booij realiseert zich goed dat zij als routinier en aanvoerster leiding moet geven aan het team. "Maar ik neem ook graag die verantwoordelijkheid. Ik stuur graag die jonge meiden aan." Ze weet ook dat ze een dragende rol heeft en vaak opvallend aanwezig is in het veld. "Maar liever heb ik dat niet. Voor het team is het beter dat ik onzichtbaar ben en dienend speel. Het is beter dat een spits uitblinkt, want dan weet ik dat er doelpunten komen."