ROTTERDAM - De rechtbank in Rotterdam heeft vrijdag de Rotterdamse voetbalclub Feyenoord en zijn voorzitter Jorien van den Herik vrijgesproken van het plegen van belastingfraude en valsheid in geschrifte. Tegen Feyenoord was ruim 1,1 miljoen euro boete en tegen van den Herik een jaar cel waarvan de helft voorwaardelijk geist.

Feyenoord en Van den Herik werden vervolgd omdat zij versluierd tekengeld aan drie spelers zouden hebben betaald. Daarover moet loonbelasting betaald worden.

Feyenoord heeft vanaf het begin van de zaak gesteld dat zij telkens aan de vorige eigenaren één bedrag had betaald. Wat die daaruit aan de speler hadden afgedragen op grond van vorige verplichtingen, was volgens de Rotterdamse club niet de zaak van Feyenoord. De raadsman van de voetbalclub, mr. J. Mentink zei dat al meteen na de inval van de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) in 1998.

De rechtbank volgde die redenering in de uitspraak. Uitgebreid schetste rechtbankvoorzitter Goossens de brieven en faxen die voorafgegaan waren aan de transfer van Aurelio Vidmar van Standard Luik naar Feyenoord in 1995. Vidmar wilde 1 miljoen dollar voorzichzelf en had dat met Standard afgesproken. Feyenoord betaalde 75 miljoen Belgische franken (ruim 1,8 miljoen euro) aan de Belgische club. Wat Standard daarvan aan Vidmar betaalde, was niet het pakkie-an van de Rotterdamse club.

"Het is verdedigbaar dat Feyenoord ervan uitging dat de fiscale verplichtingen bij Standard Luik lagen", aldus Goossens in de uitspraak. De rechtbank achtte dan ook niet bewezen dat Feyenoord opzettelijk de belastingdienst onjuiste informatie had gegeven. Ook voor wat betreft de twee andere transfers, die van de Ghanezen Christian Gyan en Patrick Allotey, zag de rechter onvoldoende bewijs.