ROTTERDAM - Zat in de transfersom die Feyenoord medio jaren negentig aan Standard Luik betaalde nou een bedrag voor de speler zelf of niet? Wist Feyenoord dat, en zelfs als de club het wist, moest er dan door Feyenoord belasting over worden betaald?

Ook dinsdagochtend boog de rechtbank in Rotterdam zich over deze kwestie in het proces wegens belastingfraude dat tegen de Rotterdamse club wordt gevoerd. De zaak draait om drie transfers; die van Vidmar en van de Ghanezen Gyan en Allotey.

Volgens de belastingdienst is er tekengeld betaald en daarover moet loonbelasting worden betaald. Feyenoord stelt zich echter op het standpunt dat er (mogelijk) geld naar de spelers is gegaan, maar dat dat dan is gebeurd op grond van verplichtingen van de vorige eigenaars. En dan zijn de voormalige eigenaars of de spelers zelf verantwoordelijk voor de belastingafdracht.

Om deze bewering te staven, werd onder meer de belastingadviseur van Feyenoord als getuige opgeroepen. Die verklaarde dat hij de Rotterdamse club had geadviseerd in het geval van Vidmar in ieder geval niet twee bedragen te betalen: Een voor Standard Luik en een voor een mistige NV waarvan de adviseur vermoedde dat Vidmar er achter zat.

Spraakverwarring

In de rechtszaal ontstond spraakverwarring over de verschillen in de begrippen tekengeld en afkoopsom. "Ja", zei de belastingadviseur. "Wanneer sprake is van tekengeld moet Feyenooord betalen. Maar Standard Luik wilde van Vidmar af en dan gaat het om een afkoopsom en had er in België betaald moeten worden." Ook de rechters bleven er naar vragen.

Dinsdagmiddag komt de eis van de officier van justitie en vermoedelijk wordt de zaak vrijdag afgerond.