MONACO - Wereldkampioen Fernando Alonso is er eindelijk in geslaagd de prestigeuze GP van Monaco aan zijn zijn erelijst toe te voegen. De Spanjaard reed na het uitvallen van Kimi Raïkkönen onbedreigd naar de zege. Michael Schumacher, die als straf achteraan moest starten, beperkte de schade met een vijfde plaats.

Monaco staat elk jaar opnieuw garant voor leuke races en dat was deze keer niet anders. Nog voor de start was er al de rel rond het ”foutje” van Michael Schumacher. De Duitser kwam stil te staan tijdens de kwalificatie en verpestte zo de kansen van alle andere rijders op de pole position. De wedstrijdleiding besloot 8 uur na de kwalificatie dat Schumacher niet van deze fout mocht profiteren en zette zijn pole om in de allerlaatste startplaats. Een goede zaak voor wereldkampioen Alonso die zijn belangrijkste tegenstander meteen zag verdwijnen.

Maar het leuke aan Monaco is dat het circuit de foutjes van mindere wagens verdoezelt en goede rijders de kans geeft om toch voor de zege te vechten. Meteen de reden waarom Alonso niet rustig naar de zege kon rijden. De Spanjaard kreeg meteen na de start Kimi Raïkkönen achter zich en kon de McLaren-rijder nooit het nakijken geven. En er waren nog meer kapers op de kust want ook Mark Webber en Juan Pablo Montoya waren nooit ver uit de buurt van het leidersduo.

Gewaagd inhalen

Leuk dat de concurrentie eindelijk het tempo van Alonso eindelijk eens kon volgen, maar wat heb je daar aan op een circuit waar inhalen nagenoeg onmogelijk is? Nou veel, want voor wie genoeg risico durft te nemen is inhalen wel mogelijk. Getuige de knappe acties van Raïkkönen, Schumacher en Fisichella. Inhaalbewegingen mogen dan schaars zijn in Monaco, ze zijn steeds verdraaid knap om naar te kijken want nergens is het risico om te crashen groter.

Vraag dat maar aan Nico Rosberg. Hij maakte één foutje en zag een knappe plaats in de punten verloren gaan. Dan had onze Christijan Albers meer geluk. Hij vocht bij de start een duel uit met teamgenoot Monteiro, waarbij de twee Midlands elkaar raakten en Monteiro ook nog eens de pitwall raakte. De Portugees kwam er van af met een kapotte voorvleugel, maar het incident met Albers had tot een grote crash kunnen leiden. De Nederlander wist vervolgens wel uit de problemen te blijven en eindigde op de twaalfde plaats.

Pech en geluk

Naast spectaculaire inhaalbewegingen en crashes behoort ook materiaalpech tot de traditionele elementen van een F1-race in Monaco. Vraag dat maar aan Mark Webber, Kimi Raïkkönen en Jarno Trulli. Zij zagen allen een podiumplaats in rook opgaan door pech. In het geval van Webber leidde dat tot het woedend weggooien van zijn stuurtje. Raïkkönen , die wat pech betreft al meer ervaring heeft, trok de schouders op en wandelde rustig naar zijn jacht. Daar zag hij samen met zijn vrienden hoe Alonso voor het eerst mocht zegevieren in Monaco en zijn McLaren-teamgenoot Montoya tweede werd.

En Monaco zou Monaco niet zijn indien er geen onverwachte naam op het podium stond. David Coulthard, voor de gelegenheid verkleed als Superman, werd verrassend derde in zijn Red Bull. De Schot haalde het van de Honda van Rubens Barrichello en Michael Schumacher. De Duitse ex-wereldkampioen had het geluk dat de opgave van Webber de safety car op de baan lokte en een aantal rijders vroeger naar de pitbox reden voor hun tweede tankbeurt. Zelf had de Duitser er voor gekozen vanuit de pitlane te starten en veel benzine mee aan boord te nemen zodat hij maar één keer moest stoppen. Een strategie die dankzij enkele opgaves hielp om het puntenverlies tegenover winnaar Alonso te beperken.