ESTARREJA - Bondscoach Foppe de Haan van Jong Oranje kwam zaterdag, daags na de wedstrijd tegen Denemarken (1-1), tot de teleurstellende conclusie dat hij de kwaliteiten van zijn ploeg voor aanvang van het Europees kampioenschap te hoog heeft ingeschat.

"De verwachtingen waren voor aanvang van het toernooi bij iedereen hooggespannen. Te hoog, zo blijkt nu. Er lopen bij ons teveel spelers rond die de indruk wekken het wel eventjes te doen. Zo werkt het niet. Je hebt met goede tegenstanders te maken."

Vermoeidheid

Daarnaast noemde De Haan ook de vermoeidheid bij zijn spelers als een belangrijke reden voor het tot dusverre teleurstellend verlopen toernooi. "Dit is daarom een fantastisch leermoment voor volgend jaar, wanneer het EK in Nederland wordt gehouden.

Als we daar écht willen presteren, zullen we rond januari al bij elkaar moeten komen om te bespreken hoe we dat willen bereiken. Spelers zullen dan voorafgaand aan het toernooi echt rust moeten krijgen, want sommigen zijn nu aan het einde van hun Latijn."

Vleugelspelers

De Haan was over de wedstrijd tegen Denemarken wel meer te spreken dan over de ontmoeting met Oekraïne (1-2). "In totaal hebben we nu één helft en twintig minuten goed gevoetbald. Dat is te weinig. Vooral het gebrek aan goede vleugelspelers is een probleem."

Ondanks twee matige wedstrijden acht De Haan zijn ploeg voor het duel met Italië niet kansloos. "Misschien groeien we wel in het toernooi. Dat is mogelijk. We hebben verschillende culturen in ons team. Dat heeft tijd nodig om naar elkaar toe te groeien. Winst tegen Italië is bovendien genoeg. Als we van achteruit goed opbouwen en de hele wedstrijd blijven voetballen in plaats van de bal naar elkaar toe te brengen, maken we een kans."