SEVILLA - FC Barcelona heeft zaterdagavond in de Spaanse competitie een nederlaag geleden. Dat was geen verrassing. Coach Frank Rijkaard keek vooruit naar de finale van de Champions League tegen Arsenal. Hij stuurde derhalve een B-team naar Sevilla. De nog nagenietende houder van de UEFA-beker gaf de euforie van Eindhoven voor eigen publiek extra cachet door de eerder verregende topper tegen de landskampioen met 3-2 te winnen.

Aanvaller Kepa Blanco-Gonzalez, maar zelden basisspeler, maakte de beslissende treffer een kwartier voor tijd. Bij rust was het 2-2. Voor Barça scoorden Santiago Ezquerro en Sylvinho.

De eerste vormde de aanval met Henrik Larsson en Maxi Lopez. Mark van Bommel zat op de bank en bleek daar. Onder anderen Samuel Eto'o, Ronaldinho, Deco en ook Giovanni van Bronckhorst mochten thuisblijven.

Espanyol

Stadgenoot Espanyol voorkwam op miraculeuze wijze de degradatie. Concurrent Alaves leidde tegen Deportivo met 1-0, terwijl Espanyol op een 0-0 leek af te stevenen tegen Real Sociedad. Dat zou afscheid van de Primera Division betekenen.

Een doelpunt in blessuretijd van Corominas voorkwam dat scenario en dompelde Alaves alsnog in rouw. Espanyol-coach Lotina kondigde na het duel zijn vertrek aan. "Het is beter nu in feeststemming de club te verlaten dan een afscheid nog even uit te stellen", liet hij weten.

Tweede plaats

Alaves vergezelt Málaga en Cadiz naar de tweede klasse van het Spaanse voetbal. De strijd om de tweede plaats op de ranglijst gaat dinsdag verder als Real Madrid Sevilla treft en Valencia op bezoek gaat bij Osasuna.