AMSTERDAM - Martin Verkerk vindt het onterecht dat hij in de media wordt uitgemaakt voor een verwende sporter die alleen oog heeft voor zijn eigen problemen. De tennisser verweert zich donderdag in een interview met Algemeen Dagblad tegen de kritiek die hij de afgelopen maanden tijdens zijn blessures heeft gekregen. "Het raakt me dat blijkbaar wordt gedacht dat ik blind ben voor het leed in de wereld."

Nadat hij 18 juli 2004 het tennistoernooi van Amersfoort won, ging het mis met Verkerk. De ene blessure volgde de andere blessure in rap tempo op en in het begin van dit jaar kreeg hij ook nog eens de ziekte van Pfeiffer. In De Telegraaf liet hij in januari weten dat hij moeilijk kon omgaan met zijn blessureleed. "Uit woede en frustratie brak ik alles af wat in mijn buurt kwam. Ik heb wel vijf mobiele telefoons in de Rijn geflikkerd", liet hij toen optekenen.

Egoïst

Van diverse kanten kreeg Verkerk kritiek. Journalisten vonden dat hij niet zo moest zeuren en dat er mensen zijn die veel ergere dingen meemaken. Verkerk vindt het onterecht dat hij werd uitgemaakt voor egoïst. "Het tegendeel is waar", zegt de tennisser. "Als er armoede heerst of er rampen gebeuren ben ik de eerste die zijn portemonnee trekt. Ik heb altijd gezegd dat die blessureperiode van mij het ergste is wat je op sportief gebied kan overkomen. Maar ik heb ook altijd gezegd dat iemand in een rolstoel het nog veel slechter heeft."

Toen zijn coach Nick Carr de media zocht met de mededeling dat hij al maanden niets meer had gehoord van zijn pupil, had Verkerk afgedaan bij veel mensen. Hij zou zijn coach op een onfatsoenlijke manier aan de kant hebben gezet. "Er is maar één reden voor onze breuk en dat is een financiële", zegt Verkerk. "Nick wilde dat ik hem zou blijven betalen als coach van een tennisser uit de top twintig. Dat ben ik al tijden niet meer en daarom vroeg ik hem in november water bij de wijn te doen. Dat wilde hij niet."