PORTO SAN GIORGIO - Hoe goed een renner zich op de Via Roma ook kan voelen, Milaan-Sanremo kan in een fractie van een seconde verloren gaan. Oscar Freire rekent op een hoofdrol, zaterdag in de eerste wielerklassieker van het seizoen. Ook al is de Spanjaard van Rabobank nog niet op het niveau waarmee hij drie wereldtitels won. "Maar in deze conditie kan ik Milaan-Sanremo winnen."

Maar net zo goed verliezen dus, erkent de winnaar van 2004. Hij is een specialist, een kenner van de "Primavera". Vijf keer nam hij deel, vijf keer eindigde hij bij de eerste tien. "Vorm zegt er niet alles. Hoe goed je ook bent, het kan zomaar gedaan zijn met je kansen."

Vergeten

Freire doet zijn verhaal in de lobby van Hotel David Palace, aan de boorden van de Adriatische Zee. Hij is er met de Rabo-ploeg om deel te nemen aan Tirreno-Adriatico. "Ik voel me elke dag iets beter worden", vertelt hij nadat hij iets langer dan gepland aan de eettafel is blijven hangen. Hij was in druk gesprek met zijn landgenoten Flecha en Horrillo, ploeggenoten bij Rabobank. Pena en Gutierrez, coureurs van Phonak, waren aangeschoven. Het geplande interview was Freire volledig vergeten.

Excuses

De excuses zijn uitvoerig en oprecht. Freire is blij dat hij weer over de koers kan praten, maar ontkomt niet aan een terugblik op 2005. "Een rampjaar? Nee, dat vind ik niet. Ik heb zeven wedstrijden gewonnen, binnen 45 dagen." Na het vroege voorjaar ging het echter mis. Freire kreeg last van het zitvlak waardoor plaatsnemen op een zadel te pijnlijk werd. Zijn optredens werden schaars, zijn trainingsuren eveneens.

Bij een korte comeback in de Ronde van Zwitserland bleken de problemen erger dan ooit. "Daarna ben ik geopereerd en werd er gezegd dat ik binnen vijftien dagen weer zou kunnen trainen. Maar zitten op een zadel bleef een probleem. Het duurde een maand, twee maanden, uiteindelijk kostte het me het hele verdere seizoen. In oktober kon ik weer op de fiets. Voor een uurtje, soms twee uurtjes, meer niet."

Een trainingsbeest is hij nooit geweest. Ook zorgen lijkt hij nooit te hebben. Maar het zondagskind, dat in 1999 uit het niets wereldkampioen werd en daarna nog twee keer de regenboogtrui opeiste, kende het afgelopen jaar moeilijke momenten. "Je kunt beter een been of een arm breken. Dan zegt de dokter: het herstel duurt zo veel weken en weet je waar je aan toe bent. Een keer terugkomen van een blessure is ook niet zo'n opgave. Maar steeds denken dat het weer goed gaat en dan merken dat de pijn weer terugkeert, is frustrerend. Nee, ik ben thuis niet altijd even vrolijk geweest."

Pijnscheut

Soms voelt hij weer een pijnscheut en schrikt hij. "De onzekerheid blijft wel knagen. Het kan altijd terugkomen." Vlak voor de Ronde van Mallorca waren er opeens weer knieproblemen, een andere zwakke plek net als zijn rug. "Het houdt allemaal verband met elkaar. De problemen zitten altijd aan de linkerkant van mijn lichaam."

Weer moest hij anderhalve week rustig aan doen. In de Ruta del Sol voelde hij zich langzaam weer coureur worden. Vorige week volgde in de derde etappe van Tirreno-Adriatico zijn eerste zege sinds hij een klein jaar geleden de Brabantse Pijl won. Van het sprintje in Paglieta moest hij vijf minuten bijkomen. "Dat was mijn eerste serieuze inspanning sinds een jaar. Het voelde alsof mijn benen ontploften."

Hij werd dertig in februari. "Een mooie leeftijd", vindt Freire die, als hij zaterdag in de sprint een keus moet maken, het wiel van Petacchi prefereert boven dat van Boonen. "Dit is normaal gesproken de beste periode voor een wielrenner. Ik heb nu de ervaring en de juiste mentaliteit. Ik moet alleen gezond zien te blijven."