TURIJN - Exact een week na de surprise van Ireen Wüst, heeft ook Marianne Timmer voor een daverende verrassing gezorgd op de Olympische Winterspelen van Turijn. Acht jaar na haar olympisch goud in Nagano veroverde de rijdster van Postcode Loterij wederom de olympische titel op de 1000 meter.

Timmer noteerde in de elfde rit een tijd van 1.16,05 en was daarmee slechts 0,04 seconde sneller dan Cindy Klassen, die tot dan toe de beste tijd had neergezet. Terwijl iedereen verwachtte dat titelfavorieten als Chiara Simionato of Anni Friesinger daaronder zouden duiken, bleef Timmers tijd staan. Friesinger, dit seizoen ongeslagen in de wereldbeker (3 uit 3), had met één ronde voor de boeg 0,18 seconde achterstand. In haar slotronde wist de Duitse daar te weinig van af te snoepen.

Ongelooflijk

"Ongelooflijk", was de eerste reactie van Timmer, die meteen coach Jac Orie in de armen vloog. De schaatsster uit Heiloo was de Spelen nog begonnen met een diskwalificatie op de 500 meter. Na dat incident voorspelde Orie al dat Timmer die negatieve energie kon omzetten in agressie. Hij kreeg gelijk. Oranje beleefde in Turijn weer een 'Super Sunday'.

Wüst

Cindy Klassen stelde het zilver veilig, het brons ging naar Friesinger. Ireen Wüst, die een week eerder al de olympische titel op de 3000 meter pakte, belandde op de kilometer net naast het podium. De Brabantse kwam te langzaam op gang en kon dat verlies niet meer goedmaken. Daar kon zelfs een fenomenale slotronde weinig aan veranderen (29,4).

Wereldkampioene Barbara de Loor kwam tot een tijd van 1.16,73 en werd daarmee als zesde geklasseerd. Debutante Annette Gerritsen kon op de Oval Lingotto niet haar normale niveau bereiken. De schaatsster uit Ilpendam bereikte na 1.18,83 de eindstreep: 23e.