PORTO - Het Nederlands voetbalelftal voor spelers tot 21 jaar komt vanaf 23 mei tijdens het Europees kampioenschap in Portugal uit tegen Italië, Denemarken en Oekraïne. De landen werden woensdag bij de loting in Porto aan elkaar gekoppeld in groep B. In groep A treft het gastland Duitsland, Servië en Montenegro en Frankrijk.

De ploeg van bondscoach Foppe de Haan begint op 24 mei in Agueda tegen Oekraïne. Twee dagen later is Denemarken de tegenstander, waarna Oranje op 29 mei afsluit tegen de Italianen. Deze duels worden in Aveiro gespeeld. De eerste twee van elke groep gaan naar de halve finales (1 juni), waarna de finale op zondag 4 juni in Porto plaatsvindt.

Bondscoach De Haan was woensdag in Porto bij de loting aanwezig. Voor zijn ploeg had die slechter kunnen uitpakken, oordeelde de Fries. "Italië is weliswaar vijfvoudig kampioen, maar als je de andere groep ziet, had het minder gekund."

Voordeel

De Haan ziet het als een voordeel dat Oekraïne, vooraf als minste ingeschat, de eerste tegenstander is. "Die ploeg heeft zich ternauwernood geplaatst. Tegen Denemarken is het altijd prettig voetballen. Denen willen zelf ook altijd graag voetballen." De Haan weet dat zijn Deense collega Flemming Serritslev in een vergelijkbare situatie zit. "Ook hij is er heel tevreden over dat zijn spelers bij hun clubs nu allemaal in het eerste elftal spelen."

Italië is op papier de zwaarste opponent. "Tegen Italianen is het altijd moeilijk voetballen. Gunstig is wel dat we hen in de laatste wedstrijd pas tegenkomen." Over de kansen van Oranje kon De Haan nog weinig zeggen. "Daar is het nog te vroeg voor. Eerst maar eens kijken hoe de voorbereiding loopt."