HEERENVEEN - Gianni Romme kan de grens nog verleggen. "Als we er niet in geloofden zouden we het niet proberen", zegt Jac Orie, zijn coach. Bij het olympisch kwalificatietoernooi in Heerenveen moet Romme binnenkort minstens één van de drie favorieten (Sven Kramer, Carl Verheijen, Bob de Jong) verslaan. "Het begint er weer aan te komen", zegt zijn gevoel.

Hij behoort tot de grote kampioenen die het vaderlandse schaatsen rijk is. Tweevoudig Olympisch kampioen van Nagano 1998, voegde daar in Salt Lake 2002 nog een keer zilver aan toe. Haalde meerdere titels bij wereldkampioenschappen afstanden. Regeerde lange tijd de stayerswereld.

Nu lijkt hij op wat bescheiden afstand van de 'echte' top toe te kijken. "Ik weet niet of dat zo is", verklaart Orie. "Vergeet niet Berlijn, aan het begin van het vorige seizoen." Daar miste Romme, rijdend als in oude tijden, op een haar na (op een laaglandbaan!) het wereldrecord op de 5000 meter. Orie: "Daarmee gaf hij aan dat hij het nog kan. Fysiek kan hij dat nog steeds. Of het eruit komt, is altijd een ander verhaal. Erin geloven doen we zeker." Dat gevoel is er bij Romme ook nog wel.

"Maar dit seizoen kreeg ik op een gegeven moment moeite met het doorbreken van de pijngrens. Dan ga ik twijfelen. Dacht ik na vier kilometer: Nu zal de klap wel komen. En ja, dan kwam die ook." Bij de wereldbeker in Heerenveen, enkele weken geleden, kwam het juiste gevoel terug. "Heel lang reed ik constant. Dat gaf vertrouwen." "Ik was opgelucht", gaf hij naderhand toe. "Ik stuiterde niet meer rond, zoals in voorgaande wedstrijden. De laatste rondjes gingen niet bepaald gemakkelijk, dat geef ik wel toe, maar het schoot ten minste op. Het verschil met de top was nog aanzienlijk, dat weet ik ook wel. Maar aanmerkelijk minder dan in de wedstrijden daarvoor. Dat sterkt me." Toch, Verheijen reed recentelijk een wereldrecord, Kramer deed dat ook, De Jong lijkt toch de nummer drie bij de stayers, Jochem Uytedehaage wordt met de week beter. De concurrentie is groot.

Drempel

"Dat weet ik ook wel", zegt Romme, "maar daarvan lig ik niet zo wakker. Ik moet nog een drempel over, dat is duidelijk. Maar in het verleden ben ik weleens vaker naar voren gekomen toen niemand het meer verwachtte." Bovendien, denkt Romme, zal er straks op het kwalificatietoernooi meer meespelen. Want wie gaat er het beste met de druk om?

"Er kunnen straks in Thialf de gekste dingen gebeuren. Misschien speelt de spanning, of het onder controle houden daarvan, wel een beslissende rol. De grootste kampioenen twijfelen vaak het hardst. Zekerheid heeft niemand. Ik weet daar alles van. Altijd heb ik mezelf druk opgelegd en nooit de weg van de minste weerstand gekozen. Maar misschien ben ik daarom ook wel zover gekomen."

"Wat de tegenwoordige tijd betreft: Als ik in Thialf de vorm heb kan ik meedoen. Daar geloof ik in." In Turijn zag men Romme recentelijk niet. Eerlijk gezegd wilde hij de baan daar ook niet op. "Dat klinkt misschien raar, omdat ik voor de 5000 meter was gepasseerd, maar die wedstrijd daar stond al niet in mijn planning. Ik zie het als een voordeel dat ik de olympische baan niet heb gezien voordat de Spelen beginnen. Zo is het destijds in Nagano ook gegaan. De olympische wedstrijd was m'n eerste op die baan en het was meteen raak. Dus wie weet?"