EK KORTEBAAN TRIEST - Na de Olympische Spelen van Athene had Johan Kenkhuis even het genoeg van het zwemmen. Na een jaar in de anonimiteit keerde de 25-jarige inwoner van Amsterdam sterker dan ooit terug op het internationale podium. Op de openingsdag van de Europese kampioenschappen kortebaan verraste hij in Triëst met een bronzen medaille én een Nederlands record (21,41) op de 50 vrij.

"Wie had dit nou gedacht", glunderde Kenkhuis na zijn eerste individuele prijs sinds zijn bronzen plak bij de EK 2002 in Riesa. "Ik ben echt heel erg blij met deze medaille. Al moet ik toegeven dat ik stiekem nog meer geniet van mijn Nederlands record. Het geeft een heerlijk gevoel mezelf eindelijk weer eens te verbeteren."

Na zijn Nederlands record (21,47) bij de EK kortebaan in 2001 in Antwerpen stond Kenkhuis stil in zijn ontwikkeling. Hij behaalde in de estafettes weliswaar successen met onder meer het zilver bij de Spelen in Athene op 4x100 vrij, maar individueel lukte het ondanks talloze trainingsvormen niet zijn records aan te scherpen.

Kenkhuis besloot daarom na het olympisch toernooi zijn studie commerciële economie een jaar lang voorrang te geven. Na deze pauze, waarin hij zijn studie afrondde en stage liep, ging het toch weer kriebelen. In augustus pakte hij de training weer op.

Krachttraining

Al koos Kenkhuis wel voor een andere aanpak. De tweede sessie in het water verruilde hij voor krachttraining en hij paste zijn voedingspatroon aan. Ook de geboren Twent kent de onderzoeken die het nut van het werken met gewichten in het zwemmen bestrijden. Roald van der Vliet en Martijn Carel zijn onlangs nog op een wetenschappelijk onderzoek over krachttraining gepromoveerd, maar Kenkhuis hechtte niet te veel waarde aan de uitkomsten. In Triëst kreeg hij zijn gelijk.

Al moest hij na zijn race bekennen dat hij er in de voorbereiding op de EK niet al te veel vertrouwen in had. Hij voelde zich niet goed door een eiwitrijk voedingssupplement, dat hij als schakel in de nieuwe aanpak gebruikte. "Ik ben daar uiteindelijk ook mee gestopt, maar tot eergisteren liep het eigenlijk niet lekker. Verrassend genoeg komt het er nu in een keer uit. Het blijkt dat je op deze afstand toch veel power nodig hebt."

Mark Foster

Al in de halve finales maakte Kenkhuis indruk met de beste tijd en verbetering van zijn Nederlands record tot 21,41. Hij ging in de eindstrijd ook voor het goud, maar werd daarin met 21,51 toch weer afgetroefd door de 35-jarige Britse veteraan Mark Foster (21,27), die na het behalen van zijn zesde titel zei een rolstoel nodig te hebben. Mark Veens, vorig jaar nog winnaar van zilver, eindigde als vijfde.

"Ik noemde Foster op het podium a bloody old bastard", lachte Kenkhuis. "Maar ik heb heel veel respect voor wat hij hier toch weer presteert. Deze bronzen plak geeft mij motivatie genoeg om verder te gaan. Ik bekijk het per toernooi, maar dit is wel een hele goede zet richting de Olympische Spelen in Peking."

Marleen Veldhuis

In navolging van haar ploeggenoot stelde Marleen Veldhuis nadrukkelijk haar kandidatuur voor het goud op de 100 meter vrije slag. De Twentse kwalificeerde zich met 53,03 als snelste voor de finale en scherpte bovendien haar persoonlijk record aan.

De andere Nederlandse finalisten stelde teleur. Hinkelien Schreuder maakte op de 200 wisselslag indruk met de snelste tijd in de series van 2.13,11, maar finishte in de finale met 2.13,56 als voorlaatste. Ook Moniek Nijhuis kon met de zevende plek in de eindstrijd van de 50 school niet meedoen om de medailles.