SAN LUIS - De Bulgaarse schaker Veselin Topalov is op het wereldkampioenschap in het Argentijnse San Luis bezig geschiedenis te schrijven. Hij versloeg in de zevende ronde titelverdediger Roestam Kasimdzjanov, waardoor hij halverwege het toernooi met een ongekende score van 6,5 punt aan de leiding gaat.

Die score doet denken aan de beste dagen van Bobby Fischer en Garri Kasparov, die beiden ook in staat waren schaakevenementen met de wereldtop op zo'n dwingende manier naar hun hand te zetten. "Ik ben niet bang om te verliezen, dat maakt het verschil tussen mij en de anderen, zei Topalov onlangs in een interview.

Hij ging inderdaad ook de regerend kampioen onvervaard te lijf. Het werd een lange Spaanse partij, waarin de Bulgaar een toreneindspel na 73 zetten op een prachtige manier in winst omzette. De zesde winst in zeven ronden.

Ook de andere partijen kwamen alle tot een beslissing. Van de achtervolgers wist alleen Peter Svidler zich op twee punten achterstand te handhaven. De Rus versloeg Judit Polgar in een Siciliaan. Hij is met Topalov de enige die een positieve score heeft.

Anand

Viswanathan Anand moest afhaken. In de wildste partij van de dag verloor hij in een Caro-Kann na vijftig zetten van Aleksandr Morozevitsj. Daarmee klom de Rus uit de kelder van het klassement en blijft de Indiër, op papier de sterkste schaker op het WK, steken op 50 procent.

Peter Leko bereikte eveneens 3,5 punt, door winst op Michael Adams. De Engelsman bezet met twee punten de laatste positie, die deelt hij met Polgar.