Dominique Bloodworth is trots dat ze zich na een teleurstellend WK 2015 en soms frustrerend EK 2017 in de basis van Oranje heeft geknokt. De verdediger voelt zich fitter dan ooit en zegt er klaar voor te zijn om op het WK in Frankrijk eindelijk op een groot toernooi te excelleren.

"Ik ben zo blij met wat ik nu bereikt heb. Twee jaar geleden was ik reserve voor de backposities en nu ben ik een vaste kracht centraal achterin", aldus Bloodworth, die van alle internationals de meeste minuten maakte in 2018. "Dat zegt wel wat en maakt me trots. Maar ik wil trots blijven, en dus moet het een mooi WK worden."

Het is voor de 24-jarige Bloodworth, nadat ze vijf jaar geleden als tiener haar interlanddebuut maakte, een lange weg geweest naar een basisplaats. Op het WK van 2015 in Canada mocht ze slechts één keer invallen. "Ik ben nu veel fitter dan toen", vertelt ze. "Nu ben ik echt een topatleet."

In 2017, op het gewonnen EK, dacht ze meer kans te maken op veel speeltijd, maar bleef het opnieuw bij slechts één invalbeurt. Daar had ze het moeilijk mee.

"Het is pittig als je wekenlang meetraint, maar nooit mee mag doen in wedstrijden. Het enige dat ik dacht was: geef niet op. Daarom heb ik tijdens het EK keihard gewerkt. Soms was ik de enige speler in de gym, maar zo zorgde ik er wel voor dat ik mezelf niets kon verwijten. Ik deed er alles voor."

Bloodworth met Van Lunteren (links) na haar enige wedstrijd op het WK 2015. (Foto: Pro Shots)

'Ergens had ik het niet erg gevonden als we verloren hadden'

Het gebrek aan speeltijd zorgde voor frustratie bij Bloodworth, terwijl de EK-gekte in Nederland tot een hoogtepunt kwam. Ze had het zwaar toen ze ondanks een blessure van de vaste rechtsback Desiree van Lunteren tegen België weer negentig minuten op de bank zat en het ook na een helft warmlopen in de halve finale tegen Engeland nog niet tot haar EK-debuut kwam.

"Na de zege op Engeland had ik het even lastig. Ergens had ik het toen niet erg gevonden als we eruit waren gevlogen, want dan kon ik op vakantie. Hoe stom dat nu ook klinkt."

Bloodworth vreesde voor een toernooi zonder speeltijd, maar toen ze tijdens de eindstrijd tegen Denemarken weer mocht warmlopen, volgde wel de beloning. De laatste 33 minuten speelde ze mee, waarna ze in de uitverkochte Grolsch Veste de beker omhoog mocht houden.

"Die invalbeurt is verschrikkelijk belangrijk voor me geweest. Als ik al die weken niet zo hard getraind had, was ik nooit ingevallen. Het zorgde voor trots en ook oprechte blijdschap. Ik heb die avond daarom volle bak gefeest en veel drankjes gedaan. Het was genieten."

Bloodworth in november 2018 na de plaatsing voor het WK met Oranje. (Foto: Pro Shots)

'Ik ben niet de speelster met het meeste talent'

De invalbeurt in de eindstrijd bleek de opmaat voor de langverwachte vaste basisplaats voor Bloodworth, die dinsdag tegen Nieuw-Zeeland met Stefanie van der Gragt het centrale verdedigingsduo zal vormen van Oranje.

"Ik ben constanter geworden de laatste jaren", zegt Bloodworth. "Dat is een van de redenen waarom ik nu wel speel. En daar heb ik hard voor gewerkt. Hoe? Door mezelf steeds een doel te stellen, zelfs bij een training moet het minimaal een zes zijn. Af en toe een uitschieter naar een acht, maar nooit meer een vijf."

De 47-voudig international wordt daarbij geholpen door persoonlijke coaches. Met hen werkt ze niet alleen aan haar fitheid, maar volgt ze ook trainingen om bewuster te worden in het veld en zo situaties sneller te overzien.

"Daardoor is mijn handelingssnelheid bijvoorbeeld omhoog gegaan, en dat moest ook. Ik weet dat ik niet de speelster ben met het meeste talent, maar ik heb wel talent om heel hard te werken. Ik doe er alles voor om de top te halen en dat doorzettingsvermogen heeft ervoor gezorgd dat ik dit WK waarschijnlijk wel veel ga spelen."

Nederland-Nieuw-Zeeland begint dinsdag om 15.00 uur in Stade Océane in Le Havre. De ploeg van bondscoach Sarina Wiegman neemt het in de poule verder op tegen Kameroen (15 juni in Valenciennes) en Canada (20 juni in Reims).