PRAAG - Met een vlammend schot in de laatste minuut van de uitwedstrijd bij Sparta Praag voorkwam een dolgelukkige Wesley Sneijder woensdagavond dat zijn ploeg keihard voor het missen van vele kansen werd gestraft. Eenmaal uitgejuicht over de niet meer verwachte gelijkmaker (1-1) zullen ze echter ook bij Ajax beseffen dat ze een ideale mogelijkheid hebben gemist om voor het eerst in drie jaar weer eens een uitwedstrijd in de Champions League te winnen.


Wesley Sneijder heeft gelijk gemaakt in de slotfase

Machteloos en schotloos leek Ajax met een onnodige nederlaag de treurmars langs de machtigste clubteams van Europa te vervolgen. De Amsterdammers kregen op bezoek bij Sparta Praag alle kansen op eindelijk weer een uitzege in de Champions League maar kwamen halverwege de tweede helft toch weer op achterstand. Met dank aan Sneijder bleef de schade beperkt tot een gelijkspel dat een goede uitgangspositie biedt voor het vervolg.

Angst

Vergeleken met de laatste wedstrijd tegen Willem II wijzigde trainer Blind zijn basisformatie niet. Uit angst voor de aanvallende kwaliteiten van Poborsky verlegde hij wel de accenten op het middenveld van Ajax. Lindenbergh mocht aan de linkerkant Poborsky het leven zuur maken. Galásek acteerde opnieuw als rechtshalf en Sneijder mocht het als centrale middenvelder vlak achter de spitsen proberen.

Zo kon het gebeuren dat Ajax sinds lange tijd weer eens met een zogenoemde "nummer tien" kwam te spelen. Geheel volgens de aloude clubgeschiedenis posteerde trainer Blind vorig seizoen tijdens zijn debuut als hoofdcoach de inmiddels vertrokken Van der Vaart vlak achter de spitsen. Ajax verloor toen echter op eigen veld van PSV (0-4) en wijzigde zijn tactiek. De keuze voor Sneijder achter de spitsen bleek in het slecht gevulde stadion van Sparta Praag, waar slechts 15.000 toeschouwers zaten, een juiste.

Kracht

Sneijder dook zelf geregeld op voor het doel van de thuisploeg. Zijn schoten misten echter kracht. Dat Ajax geen afstand nam van het zwakke Sparta Praag was echter vooral te wijten aan Rosenberg. De Zweed kreeg van trainer Blind opnieuw de voorkeur boven Charisteas, de laatste twee duels als invaller steeds succesvol.

Rosenberg speelde tegen Sparta Praag weliswaar beter dan afgelopen zaterdag tegen Willem II, maar hij had in de eerste helft echter minimaal eenmaal moeten scoren. Rosenberg miste tot twee keer toe vlak voor het Tsjechische doel de bal. Hij schoot eenmaal net naast en treuzelde een keer te lang.

Doelkansen

Ajax creëerde alleen al in de eerste helft meer doelkansen dan dat het normaal gesproken tijdens een hele wedstrijd in de Champions League krijgt. Het enorme veldoverwicht van de Amsterdamse club was exemplarisch voor het matige spel van Sparta Praag. De ploeg, in de competitie ook al niet bijster goed op dreef, werd al na een kwartier door de eigen aanhang uitgefloten.

In strijd met voorgaande ontmoetingen tegen Feyenoord en Willem II wisselde Blind bij het begin van de tweede helft zijn centrumspits Rosenberg niet voor Charisteas. Ajax speelde ook minder dominant dan voor rust en had in de 62e minuut zelfs geluk dat Matusovic vanaf grote afstand de paal raakte. Dezelfde invaller liet doelman Vonk vijf minuten later wel kansloos: 1-0.

Babel raakte even later de paal en Blind wisselde een kwartier voor tijd uiteindelijk toch Rosenberg voor Charisteas. Niet de Griek maar Sneijder bezorgde Ajax tenslotte de gelijkmaker.