PARIJS - Behalve Lance Armstrong hebben ook de Spanjaard Manuel Beltran, de Colombiaan Jose Joachim Castelblanco en de Deen Bo Hamburger epo gebruikt tijdens de Tour de France van 1999. Het Franse blad 'Journal du Dimanche' onthulde die namen zondag.

Het dopinglaboratorium van Châtenay-Malabry analyseerde in 2004, als onderdeel van een wetenschappelijk onderzoek, bewaard gebleven oude urinestalen opnieuw en bevestigde vorige maand de ontdekking van twaalf positieve gevallen. Het sportblad l' Equipe wist meteen te melden dat zes plasjes destijds waren ingeleverd door Armstrong.

Het zondagsblad is nu met de andere 'boosdoeners' gekomen maar kon niet zeggen of zij één of meer keren postuum zijn betrapt. Epo was zes jaar geleden officieel nog niet aantoonbaar in urine.

Opvallend

De naam van Beltran is een opvallende, aangezien hij in de afgelopen drie jaren helper was van Armstrong in de Tour. In 1999 fietste de Spanjaard bij Banesto. Hamburger reed bij het Italiaanse Cantina Tollo, Castelblanco was in dienst van Kelme.

De UCI, die afgelopen week bij monde van Hein Verbruggen liet weten alle namen van het onderzoek van Châtenay-Malabry te kennen, uitte kritiek op de publicaties. De internationale wielerfederatie onderzoekt de zaak, tot vreugde overigens van Armstrong. "Elk professioneel onderzoek zal aantonen dat de dopingbeschuldigingen loos zijn", aldus de 33-jarige zevenvoudig Tourwinnaar. "Het ziet ernaar uit dat de UCI in het onderzoek de juiste vragen gaat stellen."