MUNCHEN - "Ik wil twee keer olympisch kampioen worden." Was getekend, Rutger Smith. Kogelstoter en discuswerper van beroep. Elke andere Nederlandse atleet zou bij zulke uitspraken meewarig worden aangekeken. Maar als Smith het zegt, geloof je ook dat het mogelijk is. Bij de Europese kampioenschappen in München, zijn debuut op een groot toernooi, haalde hij met de kogel meteen de achtste plaats.

De krachtpatser uit het Groningse plaatsje Leek is pas 21 jaar, maar onstuitbaar op weg naar de wereldtop. En alles moet voor dat doel wijken. Ook de vervelende handblessure die hem voor de EK drie weken belette om te trainen. Smith besloot in het Olympiastadion door de pijn heen te stoten. "Een gok, maar ik was goed in vorm en dit is toch de belangrijkste wedstrijd van het jaar."

Zonder pijnstillers

Zonder pijnstillers ramde hij de 7,25 kilo zware kogel weg. Met het risico dat het beginnende scheurtje in een van zijn vingerkootjes zou verergeren. "Ja, je moet dat ding toch voelen", zei Smith. Hij kent geen enkele twijfel. De blonde reus, twee meter bij 125 kilogram, heeft wat je noemt 'een goede kop'.

Hij bezit een toewijding en mentale kracht die zijn leeftijdgenoten in de Nederlandse atletiek node missen. Voor hem geen vriendin of doorzakken in de kroeg. De beste wil hij worden, dus voor iets anders dan eten-trainen-slapen is geen ruimte.

WK-goud

Al toen hij drie jaar was, wilde Smith op atletiek. Van zijn ouders moest hij nog tot zijn zesde wachten. Onder het trainersduo Gert Damkat en Joop Tervoort ging hij snel vooruit. Europese jeugdtitels met kogel en discus in 1999 werden een jaar later gevolgd met goud en brons op de wereldkampioenschappen voor junioren.

Terugslag

Vorig jaar volgde een terugslag. Smith scheurde een borstspier bij het bankdrukken. Vrij snel was hij terug op niveau. De overstap naar de senioren, voor veel Oranje-atleten een helse klus, was voor Smith een makkie. Zonder zenuwen betrad hij dinsdag het imposante Olympiastadion. "De druk is groter, dat is het enige verschil." In de kwalificatie hield hij het al na twee pogingen voor gezien. Hij wist voor zichzelf dat zijn 20,17 meter genoeg zou zijn om de finale te bereiken. "Ik heb niks bijzonders gezien daar", zei hij over zijn tegenstanders.

Ook het lange wachten bracht hem niet van de wijs. Smith stond 's ochtends al om zes uur op voor de kwalificatie om tien uur. "Het lichaam heeft vier uur nodig om wakker te worden." Pas om half negen 's avonds volgde de finale.

Smith doodde de tussenliggende uren met slapen en films kijken. "Ik heb dvd's van Pearl Harbour, The English Patient en Seven Years in Tibet bij me. Actiefilms? Ook, maar die heb ik niet nodig om me op te laden voor de finale. Dat doe ik pas in het stadion."

Jong broekje

De eindstrijd ging hij in met het minste persoonlijk record van de twaalf finalisten. Als jong broekje tussen de ervaren dertigers. Smith had graag zijn persoonlijk record van 20,39 meter verbeterd, maar dat zat er in de stromende regen niet in. De ring was veel te glad. Een stoot van 19,73 bracht hem de achtste plaats. Na de vierde poging besloot hij te stoppen. Met het oog op het discuswerpen wilde hij geen risico meer nemen.

Steun Douglas

Opvallend genoeg had hij in Zuid-Duitsland veel steun aan Troy Douglas. De twee tegenpolen slapen samen op één kamer. Een nuchtere Groninger en een vaatje buskruit uit de Cariben, een groter contrast is niet denkbaar. Maar ze blijken het perfect met elkaar te kunnen vinden.

"Troy is rustig. Voor de buitenwereld is hij een grappenmaker, maar op de kamer zet hij jazz op en is hij heel relaxt. Waarover we praten? Wat hij heeft meegemaakt, schunnige taal." Met een grijns: "Over meiden? Ja, dat ook."