De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft een intern onderzoek van Ajax naar de zorgverlening aan Abdelhak Nouri maandag goedgekeurd.

"Wij hebben de rapportage beoordeeld. Wij zijn van oordeel dat Ajax gedegen onderzoek heeft laten uitvoeren. Ajax heeft het onderzoek voortvarend aangepakt, ondanks het gebrek aan ervaring met calamiteitenonderzoek in de zorg", laat de IGJ aan Medisch Contact weten.

"Ajax heeft op basis van het calamiteitenonderzoek verbetermaatregelen getroffen. De verbetermaatregelen zijn op het niveau van de organisatie, nationaal en internationaal."

In juni vorig jaar erkende Ajax-directeur Edwin van der Sar dat de hulpverlening aan Nouri niet adequaat was geweest en dat de club daarvoor aansprakelijk was. De middenvelder raakte in juli 2017 onwel tijdens een oefenwedstrijd tegen Werder Bremen.

Bij het verlenen van eerste hulp werd te laat begonnen met reanimatie en werd een aanwezige defibrillator niet op tijd ingezet. De clubarts die Nouri op het veld behandelde, is inmiddels niet meer werkzaam bij Ajax.

'Uitgangspunt onderzoek was voorkomen van herhaling'

Enkele dagen na de verklaring van Van der Sar verzocht de IGJ Ajax een calamiteitenonderzoek te doen. Daarvoor kreeg de Amsterdamse club aanvankelijk acht weken de tijd, maar nadat Ajax uitstel vroeg, mocht de rapportage medio december worden ingeleverd.

Een woordvoerder van de IGJ liet eerder weten dat dergelijke onderzoeken vaak voorkomen. "Meestal betreft het een zorginstelling. Bijzonder aan deze zaak is dat een voetbalclub de opdracht krijgt."

"Uitgangspunt van een calamiteitenonderzoek is het voorkomen van herhaling door ervan te leren en het treffen van maatregelen", meldt de IGJ maandag. "We hebben Ajax gevraagd om ervoor te zorgen dat de direct betrokkenen ook leren van de gebeurtenissen en hebben er vertrouwen in dat Ajax dat zal doen."

De 21-jarige Nouri liep ernstige en blijvende hersenschade op. Zijn familie liet in augustus voor het laatst iets los over zijn toestand. "Hij komt weleens uit bed om in zijn rolstoel te zitten", zei broer Abderrahim Nouri toen.