HAARLEM - Na veertien ballen werd pitcher Jeroen Deken zondag van de heuvel gehaald. Zeventien ballen later verdween zijn opvolger Dave Draijer. In die fase vlogen vijf Amerikaanse honkballers over de thuisplaat (5-0).

Die desastreuze opening kwam de Nederlandse honkbalploeg in de finale van de Haarlemse honkbalweek niet meer te boven. De ploeg van bondscoach Robert Eenhoorn miste de kracht toe te slaan in riante scoringsposities. Ze sprokkelden hier en daar wat puntjes bijeen, maar verder dan 5-4 kwam Oranje niet. Voor de zesde keer werd Nederland tweede in Haarlem, voor de derde keer, na 1982 en , greep de VS de eindzege.

Doodsklap

"Die eerste slagbeurt betekende een doodsklap", keek Eenhoorn terug. "Ik had de indruk dat Deken overgeconcentreerd was. Na de eerste klap was hij de controle kwijt." Over zijn ploeg was de bondscoach tevreden. "Het collectief toonde veerkracht. We kwamen sterk terug. Ik kan de jongens niet verwijten. De instelling was super."

Nederland speelde zondag zijn derde finale in drie dagen. Na de nederlaag tegen Taiwan (4-9) moest het vrijdag door overwinningen op Cuba (7-5) en zaterdag op de Verenigde Staten (6-2) de plaats in de eindstrijd afdwingen. In die missie slaagde Oranje, maar de krachttoer had een schaduwzijde. Eenhoorn had voor de finale niet de beschikking over zijn sterkste startende pitchers. Die waren ingezet tegen Cuba (Cordemans) en de VS (Jansen).

Pitching

Bij de terugblik op het toernooi viel Eenhoorn terug op zijn stokpaardje. "Het niveau in onze competitie is te laag. Elke keer zie ik weer dat de jongens een aantal dagen nodig hebben om aan de pitching te wennen." De prestaties van zijn selectie vond hij bovenmaats. "Wij hebben goed gepresteerd. Vroeger verloren we van legerteams uit Duitsland. Wij gaan stapje voor stapje vooruit."

Bij zijn evaluatie ging Eenhoorn er gemakshalve aan voorbij dat de 21e week geen topploegen in het veld bracht. De organisatie trok klinkende namen aan als 21-voudig wereldkampioen Cuba, olympisch kampioen Verenigde Staten en grootmachten als Japan en Taiwan, de nummers drie en vier van de wereld. Alleen Zuid-Afrika, invaller voor Italie en Panama die geen trek hadden, misstond in het rijtje en fungeerde de traditionele kop van Jut in de tiendaagse.

De klinkende namen vaardigden evenwel bescheiden ploegen af. Cuba, Taiwan en Verenigde Staten stuurden studentenploegen die zich in Haarlem voorbereidden op het WK voor studenten dat in de loop van de week begint in Messina op Sicilie. Japan kwam met een delegatie spelers uit de Industrial League, de minor league in Japan. "Toch", aldus Paul Moerman, voorzitter van het organisatiecomite, "hadden wij van Cuba en de VS zwart op wit dat zij de basisformatie voor het olympisch toernooi in Athene 2004 zouden sturen."

Amusementswaarde bezat de 21e week ontegenzeggelijk. Vooral in de slotdagen toen Nederland op drift raakte. "De knuppels begonnen warm te worden", noemde Eenhoorn de groeiende slagkracht. "We begonnen die ballen eindelijk te raken."

Engelhardt

Vooral Brian Engelhardt ontwikkelde zich uitstekend. Tegen de VS dat met een All Star Team van eerste en tweedejaarsstudenten aanwezig was, sloeg de PSV-er drie uit drie. "Dat is een jongen voor de toekomst", zag Eenhoorn. "Maar ook Benner, De Jong en Smit ontwikkelden zich goed. Dat zijn jongens op wie we een ploeg kunnen bouwen." Maar dan moet Eenhoorn ook beschikken van pitchers van kwaliteit. Drie honkslagen in veertien ballen tegen zoals in het geval Deken, is moordend.