MEERLE - Misschien rijdt Erik Dekker zaterdag in Milaan-Sanremo wel voor de laatste keer de Poggio op. "Ik ben in de koers niet bezig met afscheid nemen, maar het zou zo maar kunnen dat ik dit jaar stop", zegt de 34-jarige Drent die zich terdege oriënteert op een leven na(ast) de fiets.

Sleur zegt hij nooit te voelen. Erik Dekker vertelt na de eerste etappe van Parijs-Nice dat hij de term alleen van horen zeggen kent. "Zelfs tijdens trainingskampen, ook al zitten we elk jaar in hetzelfde hotel, heb ik er geen last van." Hij heeft bovendien de afgelopen jaren zo vaak te maken gehad met wisselende omstandigheden. "Vorig jaar fietste ik van februari tot eind oktober. Ik denk dat ik van de ploeg de meeste wedstrijden heb gereden. Het jaar ervoor reed ik bijna niks. Dan heb je dus een heel andere winter."

Dekker

Natuurlijk heeft hij het allemaal een keer meegemaakt. Dekker werd prof in het najaar van 1992, groeide naar de status topper in eendaagse wedstrijden en kortere rittenkoersen en won in 2001 de wereldbeker als regelmatigste coureur in de klassiekers. "Ik weet inmiddels wel wat ik moet doen om in vorm te raken. Goed trainen, dat leer je pas als je langer in de wielrennerij zit. Zeker niet overdrijven, wel consequent zijn."

"Ik zie jongeren soms veel meer doen dan ik en vraag me af of dat verstandig is. Ik heb ook een winter gehad dat ik Furlan (voormalig Italiaans topper) wilde nadoen. De hele maand december trainde ik in Spanje. Het einde van het liedje was dat ik na vijf koersdagen overtraind was. De ervaring geeft me ook rust."

Stoppen

Stoppen, het speelt geregeld door zijn hoofd. Dekker wordt in augustus 35 en voelt dat het herstel na een dag zwaar koersen meer tijd vergt. "Zeker in de competitieloze maanden heb ik erover nagedacht. Er zijn alternatieven die er voor kunnen zorgen dat ik zomaar stop. Zonder probleem. Al geef ik meteen toe dat het vaak een heel dubbel gevoel is. Als je aan het eind van het seizoen nog goed rijdt, wil je niets liever dan nog meer koersen. Maar de gedachte geen wielrenner meer te zijn is soms ook een prettige."

Weerbericht

"Nooit meer naar het weerbericht kijken om te zien of je de volgende dagen lekker kunt trainen. Nooit meer de vragen: Heb ik last van mijn rug? Word ik niet verkouden?"

Toekomst

Over een toekomst na het fietsen zegt hij: "Ploegleider worden zou een mogelijkheid zijn, al ben ik er niet van overtuigd of ik dat kan. Op het eerste gezicht is het wel boeiend, maar er moet ook een plaatsje vrij zijn natuurlijk. Mooi zou zijn als een sponsor zegt: 'Hier heb je geld voor drie jaar, bouw maar een mooie ploeg'. Dat zou een enorme uitdaging zijn. Aan de andere kant realiseer ik me verdomd goed dat ik het gevoel dat ik had na mijn zege vorig jaar in Parijs-Tours dan niet meer zal krijgen."

Tour

Het was misschien wel de spectaculairste zege uit zijn loopbaan, na een lange periode van blessures en herstel. "Maar het was geen gevoel van 'ik kan het nog'. Ik wist dat ik nog steeds een goede renner was. Wat ervoor ook gebeurd was."

"Ik baalde van de Tour, dat ik niet kon uitleggen dat we gewoon goed reden. Als dat niet zo was geweest was de sfeer in de groep nooit zo goed geweest. Alleen, de buitenwacht ziet dat niet, kijkt alleen naar de resultaten. Ik wist vooraf dat ik niet 100 procent zou zijn in de Tour, maar ik had wel degelijk het niveau om een rit te winnen."

De Ronde van Frankrijk, de drie weken stress, Dekker zegt ze te kunnen missen. "Ik ben niet boos als ik niet rijd. Leuk is het niet, de Tour, maar sportief natuurlijk wel interessant." In Parijs-Nice is hij behalve kopman ook in de weer met het begeleiden van de jonkies. Voor wat het waard is, want kamergenoot Thomas Dekker heeft een heel eigen mening over wielrennen.

Thomas Dekker

"Prima, ik heb er geen problemen mee. Thomas hoeft niet in elke zin respect voor Erik Dekker uit te spreken. Ik herken in hem wel iets van mezelf. Ik had mijn babbel ook klaar; vraag het maar aan Frans Maassen, aan Edwig van Hooydonck. Ik vond dat ik alles kon zeggen ,maar dat is natuurlijk niet zo. Binnen een ploeg is er een hiërarchie. Ik kan me voorstellen dat renners van een jaar of 28 moeite zouden hebben met de houding van de jongeren. Die redeneren misschien 'ze komen mijn brood afpakken'. Maar Michael (Boogerd) en ik vinden het alleen maar prettig. Ik zie ze niet als concurrenten, meer als opvolgers."

Milaan-Sanremo

In Milaan-Sanremo is de hoofdrol binnen de Rabo-equipe natuurlijk voor Oscar Freire: wereldkampioen, winnaar van de vorige editie en drievoudig ritwinnaar en eindwinnaar in de Tirreno-Adriatico. De man in vorm dus, om wie de ploeg is gebouwd.

Maar Dekker heeft natuurlijk een vrije rol, die bij zijn status past. "Het is een koers waarin geluk een grote rol speelt. Ik heb altijd gezegd dat mijn voorkeur uitgaat naar de Ronde van Vlaanderen. Inmiddels ben ik ook Luik-Bastenaken-Luik gaan zien als een koers die ik graag zou winnen. Maar Milaan-Sanremo, winnen in het hol van de leeuw, lijkt me gaaf."