MADRID - Rutger Smith (23) en Jacqueline Poelman (31) verlaten als herboren Madrid. De kogelstoter en sprintster begonnen bij de Europese titelstrijd indoor eigenlijk aan hun tweede atletiekleven. De jonge Smith stootte alle schroom van zich af en maakte met een zilveren medaille en een Nederlands record eindelijk waar wat hem al jaren door anderen wordt toegedicht, Poelman pakte elf jaar na haar eerst brons op een EK indoor opnieuw brons op de 200 meter.

De prestaties van Smith en Poelman onderstreepten het goede optreden van de Nederlandse ploeg met vijf finaleplaatsen en twee vierde plaatsen van het meerkampstel Chiel Warners/Karin Ruckstuhl, dat na blessures en ziekte de echte scherpte net miste. Stiekem was er door de Nederlandse afvaardiging op meer eremetaal gerekend.

Hoogmoed

Sprinter Guus Hoogmoed maakte dit seizoen zo'n stormachtige ontwikkeling door op de 200 meter dat hij zondag in de finale een sterke kandidaat was voor een plak. Op de 800 meter bezette Arnoud Okken de tweede plaats op de Europese ranglijst van dit seizoen. De fragiele Doetinchemmer was er zelf van overtuigd met een medailleplaats naar huis te gaan. Voor Hoogmoed restte na zijn slechtste race in het weekeinde de zure vierde plek, Okken kwam na een race vol duw- en trekwerk niet verder dan de vijfde plaats.

Smith

Smith en Poelman maakten die tegenvallers echter meer dan goed. Smith rekende in Madrid af met een periode vol tegenslagen op grote titeltoernooien. Op de WK indoor, de WK buiten en de Olympische Spelen stond hij steeds tussen de enorme krachtpatsers, maar vond hij zichzelf als een kleine jongen in de uitslagen buiten de finales terug. Na Athene had hij genoeg geleden. Om toch eens door te stoten naar de top van de wereld, nam hij sportpyscholoog Rico Schruijers in de arm.

Het deed de Groninger goed. De psycholoog leerde hem de topwedstrijden anders te benaderen. Waar de Nederlander, die in de juniorentijd nagenoeg onverslaanbaar was, eerder wegkroop op de baan, stond er in Madrid eindelijk een echte vent tussen al die zware kolossen.

Smith sloot zich niet af, nam de sfeer voortdurend in zich op en concentreerde zich op de belangrijke momenten. De doorbraak kwam vrijdag in de kwalificaties. Met zijn laatste stoot van 20,46 meter brak hij een grens voor zichzelf. Als nummer twee stapte hij de finale in. Daarin blokkeerde hij nu niet. Zijn tweede poging was al goed raak: 20,51 meter.

Nederlands record

Toen de Spaanse titelverdediger Manuel Martinez die afstand herhaalde, antwoordde de Nederlander met een Nederlands record van 20,79 meter. "Dat kon niet op een beter moment. Ik heb hier afgerekend met het verleden. Ik ben iedereen heel dankbaar. De grens van 21 meter is voor mij nu bereikbaar. Mijn juniorentitels waren een teken dat ik op de goede weg zat, dit is een bevestiging dat ik het ook bij de senioren kan."

Poelman

Poelman twijfelde heel erg aan dat gevoel dat Smith zaterdag blootlegde. Na het drama op de Olympische Spelen, waar ze het stokje niet kwijt kon en de estafetteploeg de eindstreep niet haalde, dacht ze na over stoppen. "Ik heb serieus nagedacht wat anders in mijn leven te gaan doen. Ik kwam er achter dat ik toch nog niet klaar was met atletiek", zei ze zondag na haar bronzen plak achter de Bulgaarse kampioene Lalova en de Oostenrijkse Mayr-Krifka. Ze liep 23,42, zo snel is ze in jaren niet geweest.

Elf jaar na haar brons in Parijs keek ze gelukzalig naar de nieuwe medaille. "Zoveel finales heb ik niet gelopen. Dit was mijn derde. En de mooiste. Ik heb hier heel hard voor gewerkt. Ik ben nog steeds niet klaar. Ik wil buiten onder de 23 seconden lopen. Op het WK in Helsinki. En ik neem mijn familie mee. Die waren hier in Madrid en in mijn laatste finale op het EK in München. Ik ga niet meer zonder ze."

Wereldrecord

De Europese kampioenschappen indooratletiek hebben zondag nog een wereldrecord opgeleverd. De Russische Jelena Isinbajeva ging met de polsstok over een hoogte van 4,90 meter en verbeterde haar eigen mondiale topprestatie met één centimeter. Isinbajeva veroverde met het record ook de Europese titel.

Isinbajeva verbeterde zondag voor de dertiende keer het wereldrecord (zowel buiten als indoor). In het jaar 2004 deed ze dat maar liefst acht keer. Het indoorrecord verbeterde ze zondag voor de vierde keer dit jaar. Dat gebeurde steeds met één centimeter. De olympisch kampioene had zondag in haar eerste poging op de nieuwe recordhoogte direct succes.

Dieptepunt

Het record was het hoogtepunt, het verspringen bij de vrouwen zaterdag een dieptepunt. De Duitse Bianca Kappler kwam in haar laatste poging tot ieders verrassing tot een afstand van 6,96 meter. Dat gaf althans de elektronische meting aan en betekende de Europese titel. Ze twijfelde zelf aan de afstand, net als iedereen om haar heen en op de tribune.

Opschudding

De opschudding en beslissing die volgde was vermakelijk. Na lang debatteren werd besloten dat Kappler zondag haar sprong maar moest overdoen, omdat overduidelijk was dat de gemeten afstand niet klopte. De Duitse voelde daar echter niets voor. "Ik heb een reglementair goede sprong gemaakt en ga die niet overdoen", liet ze zondag weten. De Duitsers dienden een protest in.

Zondagmiddag kwam het ultieme oordeel van de beroepcommissie. Die gaf aan dat Kappler zeker geen 6,96 meter had gesprongen, maar dat ze ook niet de dupe mocht worden van een foutieve meting. En dat anderen daar ook niet het slachtoffer van mochten worden. De Portugese Naide Gomes kreeg toch de titel toegewezen en de Roemeense Adina Anton en Kappler kregen brons. "Omdat wel vaststond dat Kappler aan haar laatste sprong een medaille zou hebben overgehouden", was de conclusie.

1500 meter

Op de 1500 meter hield zondagavond de Oekraïener Ivan Hesjko knap een Spaanse aramada van zich af. Drie Spanjaarden stonden in de finale, maar de nummer vijf van de Olympische Spelen liep ze er allemaal af. De rode brigade onder aanvoering van Juan Carlos Higuero moest het doen met de plaatsen twee, drie en vier.

Gevaert

De Belgische Kim Gevaert heerste op de sprint. Ze verlengde haar Europese indoortitel, die ze drie jaar geleden in Wenen voor het eerst won. Bij de mannen ging de Franse favoriet Ronald Pognon ten onder tegen twee Britten. Jason Gardener veroverde de titel in 6,55 seconden. Zijn landgenoot Mark Lewis-Francis pakte zilver voor Pognon.

Hoogspringen

De Zweed Stefan Holm was na zijn winst op de Olympische Spelen in Athene andermaal succesvol bij het hoogspringen. De 28-jarige, kleine Scandinaviër (lengte 1,81 m) ging over 2,40 meter (kampioensrecord) en troefde daarmee zijn enige echte concurrent Jaroslav Ribakov af (2,38). Die probeerde nog met een ultieme poging over 2,42 te komen, maar faalde. Holm kreeg vroeger van iedereen te horen dat hij te klein was voor hoogspringen, maar heeft inmiddels een flinke erelijst met titels opgebouwd.