Andy Murray was na zijn uitschakeling in de kwartfinales van Wimbledon behoorlijk teleurgesteld. De nummer één van de wereld verloor woensdag in vijf sets van de Amerikaan Sam Querrey.

Murray kampte in de voorbereiding op Wimbledon met een heupblessure en leek daar vooral in de laatste twee sets tegen Querrey last van te hebben.

"Gedurende het toernooi kreeg ik steeds iets meer pijn, maar ik heb steeds mijn best gedaan", liet de 30-jarige Schot op zijn persconferentie weten.

Ondanks de kwetsuur bleef hij naar eigen zeggen tot het laatste punt knokken. "Ik heb tot het einde alles gegeven wat ik in me had. Daar ben ik trots op, ondanks dat ik uiteraard teleurgesteld ben na mijn uitschakeling."

Murray begon nog overtuigend aan de partij en kwam met 2-1 in sets voor. "Ik gaf mezelf een goede kans om de halve finales te bereiken. Het lukte ook bijna. Ik serveerde vandaag echter niet zo goed waardoor hij steeds meer punten kon pakken."

Steeds sterker

Volgens de titelverdediger werd Querrey gedurende de wedstrijd steeds sterker. "Hij ging steeds beter serveren en pakte meer punten op mijn servicegames."

Murray verloor de laatste twee sets met liefst 1-6. "Het lukte hem om wat losser te worden en voor de punten te gaan. Hij dicteerde het grootste deel van de wedstrijd."

De laatste keer dat Murray niet tot de laatste vier reikte op Wimbledon, was in 2014, toen hij niet opgewassen was tegen de Bulgaar Grigor Dimitrov.