ALKMAAR - Bertjan van der Veen wordt in maart 37 jaar, maar voelt zich allesbehalve oud. Laat staan versleten. De rijder uit Joure nam zondag in Alkmaar het Nederlands marathonkampioenschap op kunstijs te baat om de toespelingen op zijn vorderende leeftijd en afnemende successen de kop in te drukken. Van der Veen won zijn derde titel.

"Ik offerde me dit seizoen steeds op voor de ploeg. Mede dankzij mij won KC Boutiette de zesdaagse en is Miel Rozendaal nu leider in het KNSB-klassement. Vandaag kon ik mijn eigen gang gaan en dat pakte goed uit", was de verklaring van Van der Veen voor de hatelijke nul, die tot de nationale titelstrijd op zijn seizoenstaat prijkte.

Trots

Van der Veen liet zich voor de derde keer tot Nederlands kampioen kronen. Daarmee schaarde hij zich in een mooi rijtje namen. Co Giling, Jan Kooiman, Lammert Huitema en Jan Maarten Heideman werden ook drie keer nationaal kampioen op kunstijs. "Ik ben er trots op dat ik bij hen aansluiting heb gekregen. Heideman en ik zullen nu moeten uitmaken wie recordhouder gaat worden. We hebben de titels om de beurt in de laatste zes jaar behaald", zei Van der Veen.

Wind

De schaatsers hadden een zware start in het nieuwe jaar. De stormachtige wind die over de semi-overdekte ijsbaan blies, deed oude tijden herleven. Bovendien was het ijs boterzacht. "Het was net alsof we op schuurpapier schaatsten. Iedereen verzuurde in de benen. We moesten eindelijk weer zwaar werken. Meestal schaatsen we op mooi overdekt ijs", zei Heideman.

Geradbraakt

Hoe zwaar en gemeen de nationale titelstrijd was, bleek aan de finish. Vijftig van de 73 gestarte rijders kwamen geradbraakt over de eindstreep. Na honderd ronden ging de amusementswaarde pas goed omhoog. Zeven waaghalzen vonden elkaar, onder wie de toppers Jeroen de Vries, Peter Baars, Martijn Kromkamp en Van der Veen. De kopgroep dubbelde het peloton.

Initiatiefnemer van de beslissende ontsnapping was Ralf Zwitser. De Katwijker is net als Van der Veen een van de zeldzame exemplaren geworden in de wereld van de marathon. Daarin maken sprinters als Boutiette, Van Hest, Heideman en Rozendaal tegenwoordig de dienst uit. Zij rijden altijd en overal op zeker.

De cracks laten niets aan het toeval over, houden zich stipt aan de vooral door hun ploegleiders uitgestippelde tactiek en storten zich nooit eens in een avontuurtje. "Daar zal ik nooit aan meewerken. Ik wil een vrijbuiter in het peloton blijven. Ik heb nu een aanbieding van een grote ploeg gekregen. Maar als ik geen vrije rol krijg, teken ik niet", zei Zwitser.

Alkmaar

De pure bikkels konden hun hart ophalen in Alkmaar. Vooral in de finale. Daarin was alleen het Jorritsma-team met twee rijders in de kopgroep vertegenwoordigd. "Jeroen de Vries riep onderweg dat hij de kopgroep ten gunste van zijn ploeggenoot Kromkamp bijeen zou houden. Dat kwam mij wel goed uit, want ik vreesde De Vries het meest in de sprint", aldus Van der Veen.

De ontknoping was zinderend. Antisprinter Van der Veen ging bij het luiden van de bel voor de laatste ronde de sprint aan en verraste daarmee zijn medevluchters. "In Deventer had ik dit seizoen ook zo'n situatie meegemaakt. Toen maakte ik de fout door de sprint te laat in te zetten. Dat wilde ik niet weer."

"Bij het ingaan van de laatste bocht voelde ik wel dat ik kampioen zou worden, want de rest had ik op een behoorlijk achterstand gezet", aldus Van der Veen, die vorige week zondag terugkeerde van een trainingsstage op Tenerife. "Dat heeft me goed gedaan. Zo nu en dan moet je gewoon even niet aan schaatsen denken. Daar fris je enorm van op."