PORTO - Hij houdt absoluut niet van verliezen, maar als dat noodlot dan toch toeslaat dan maar tegen FC Porto. Zo ongeveer was de redeneertrant van Mourinho. De Portugese coach van Chelsea, tot dusver oppermachtig in de groepsfase van de Champions League, "gunde" zijn oude club drie punten en de doortocht naar de volgende ronde.

Niet van harte. Steve Clark beloofde plechtig dat Chelsea tegen titelverdediger Porto zijn sportieve plicht zou doen. De assistent verving hoofdtrainer Mourinho bij de persconferentie uit veiligheidsoverwegingen. "Dit is een wedstrijd als elke andere. Die gaan we in om te winnen", zei Clark dapper namens zijn baas. "We hebben dit seizoen één keer verloren en daar baalt hij nog van."

Gevaarlijk genoeg

Mourinho zette prompt Robben, Gudjohnsen en Tiago naast Kezman op de reservebank, maar bracht wel zijn Portugese verdedigers Ricardo Carvalho en Paolo Ferreira binnen de lijnen. Hij nam ze mee van Porto naar Londen. De wissels deerden Chelsea weinig. Drogba was als spits gevaarlijk genoeg, Duff blonk uit en zorgde ook voor de 0-1.

Porto bleef gelukkig wel geloven in een beter resultaat en hield moed. De Braziliaan Diego zag die instelling beloond met een wonderschone treffer na een uur. Het sterkte het Portugese zelfvertrouwen. Oud-Ajacied Benni McCarthy liet het onmogelijke vier minuten voor tijd werkelijkheid worden: 2-1.

Speeltje

Voor CSKA Moskou was de opdracht in Parijs duidelijk: zelf winnen van Paris Saint-Germain en rekenen op Chelsea, het speeltje van de schatrijke Rus Abramovitsj, om nog mee te kunnen naar de volgende ronde. De Russen begonnen overtuigend en kwamen na een half uurtje dik verdiend op voorsprong door Semak. Tien minuten later was het, geheel tegen de verhouding in alweer gelijk: 1-1, door Pancrate in de rebound.

Gerechtigheid bestaat echter nog, ook in voetbal. Na rust bleef CSKA, aan de hand van de voortreffelijke Jarosik en de gevaarlijke Braziliaan Vagner Love, domineren. Ditmaal wel met het gewenste effect. Plotseling bleek niets meer van de "scoringsangst" op vreemd terrein. Semak, met nog twee treffers, rekende af met die vrees. Het zou alleen niet helpen.

Valencia

In groep G, met Inter al zeker van de achtste finales, viel vooraf ook precies te becijferen wat Valencia moest doen tegen Werder Bremen. Na de 2-1-nederlaag in Duitsland moesten de Spanjaarden met 1-0 of met twee doelpunten verschil (3-1 etc.) winnen om niet te worden veroordeeld tot "het verdedigen van de UEFA-beker".

De Spaanse kampioen legde de concentratie in eerste instantie bij de defensie. Omdat Bremen, met de Griek Charisteas in de spits in plaats van de Kroaat Klasnic, hetzelfde deed, speelde veel zich af op het middenveld en voor beider doelen weinig. Dat bleef heel lang zo. Tot de slotfase. Toen zegevierden de Duitse degelijkheid en het geduld weer eens. Nelson Valdez was de exponent: 0-1 in de 83e minuut, 0-2 in blessuretijd.

Inter

Inter speelde wat met Anderlecht, inzet was alleen nog geld. Davids mocht meedoen bij de Italianen, Van der Meyde keek toe. Oud-Feyenoorder Julio Ricardo Cruz en de Nigeriaan Obafemi Martins (2) scoorden: 3-0.

FC Barcelona

AC Milan en Barcelona maakten zich in de laatste wedstrijd van groep F niet druk meer. Frank Rijkaard liet in de Oekraïnse mijnwerkersstad Donetsk tegen Sjakhtar Ronaldinho, Eto'o en Deco in het trainingspak. Lionel Massi, 17 jaar pas, Verdu en Peral mochten het proberen in hun plaats. Zonder veel succes. Bij rust stond de thuisclub met 2-0 voor dank zij de Nigeriaan Julius Aghahowa.Daar bleef het bij. Milan hield het bij Celtic op 0-0.