Bauke Mollema finishte zondag als negende in de tweede etappe van de Tour de France, maar met een beetje meer geluk was de Nederlander bij de eerste drie geëindigd.

"Ik schoof in de laatste klim aardig op, totdat ik ongeveer 400 meter voor de finish klem kwam te zitten achter een BMC-renner", vertelde de 29-jarige kopman van Trek-Segafredo kort na de finish in Cherbourg-en-Cotentin tegen de NOS.

"Daardoor verloor ik de aansluiting. Ik wist er gelukkig nog wel omheen te komen, maar was toen al veel snelheid kwijt. De rest was weg."

De ritzege ging naar Peter Sagan. Mollema denkt niet dat hij de Slowaak van Tinkoff van de zege af had kunnen houden, maar als hij niet klem was komen te zitten had hij nog wel wat plaatsen kunnen pakken.

"Sagan is heel erg sterk, die versla je niet zomaar. Maar ik had de eerste drie kunnen halen. Ik had namelijk een aardig sprintje over. Dat is een goed teken."

Stuyven

Mollema dacht in eerste instantie nog dat zijn Belgische Trek-ploeggenoot Jasper Stuyven wellicht de etappezege zou pakken. De Belg ging met drie andere renners al vroeg in de etappe in de aanval.

"Normaal gesproken red je het niet met een groep van vier. Maar de ploegen van Sagan en Greg Van Avermaet (BMC, red.) maakten weinig tempo. Op 60 kilometer van de meet was het gat nog steeds zes minuten. Ze konden het halen."

500 meter voor de finish werd Stuyven, die inmiddels was weggereden bij zijn medevluchters, toch nog ingehaald. "Hij hield het heel lang vol", besefte Mollema. "Erg knap, maar helaas heeft Jasper het net niet gered."