DOETINCHEM - De ontwikkeling van Robin van Persie bij Jong Oranje stemt bondscoach Foppe de Haan tevreden. De coach sprak dinsdagavond na Jong Oranje - Jong Finland (4-1) lovend over zijn pupil. "Hij wordt menselijker. Je kan tegenwoordig ook een grapje tegen hem maken, iets tegen hem zeggen. Toen hij de eerste keer bij ons kwam was dat heel anders. Toen moest ik op kousenvoeten lopen omdat ik het gevoel had dat hij anders zou exploderen."

De Haan nam zich bij de eerste kennismaking met het jeugdige supertalent van Arsenal voor hem open te benaderen. "Hij had natuurlijk een enorm stempel. Hij zou een moeilijke jongen zijn. Ik heb me voorgenomen: 'wat ze ook van hem zeggen, het interesseert me geen moer'. Ik wil weten hoe hij echt is. En ik heb nu het idee dat ik contact krijg. Het is ook iemand die veel aandacht nodig heeft en ik denk dat hij dat in het verleden te weinig of op een verkeerde manier heeft gekregen."

Ervaringen

Om tot hem door te dringen heeft De Haan tot twee keer toe een gesprek gevoerd met zijn aanvoerder. Hij noemde het een overleg van "een oudere man met een jongere". "Ik heb hem gevraagd hoe hij dingen ervaart en hem ook mijn ervaringen met andere spelers verteld. Daar is hij heel nieuwsgierig naar. Ik heb wel geprobeerd niet belerend over te komen."

Behandeld

De Haan: "In het Rotterdamse is hij nooit normaal behandeld. Hij werd op de schouder geslagen of juist uitgescholden. Nu hij in Londen woont is hij anoniem en dat vindt hij heel prettig. Hij wordt op zijn voetbalmerites beoordeeld en dat proberen wij ook te doen. Wat geweest is, is geweest."

"Of ik een gevoelige snaar bij hem heb geraakt? Dat hoop ik wel. Als ik naar hem kijk dan lachen zijn oogjes. Ik wil wat tegen hem kunnen zeggen, kwaad op hem willen worden. Ik heb het idee dat dat langzaam begint te komen. Hij moet als ik met hem praat niet alleen het klepje van zijn harnas opendoen. Dat klepje moet altijd open zijn en het harnas moet uit. Hij zit nu in een fase dat hij dat inziet", meent De Haan.