STOCKHOLM - Het doel is bereikt, maar vraag niet hoe. FC Utrecht haalde de groepsfase van de UEFA-cup (tweede ronde) maar verspeelde donderdagavond in Stockholm een voorsprong van 4-0 tegen Djurgardens IF bijna helemaal. De Zweedse teller stopte bij drie treffers.

De Nederlandse bekerhouder stelde daar niets doeltreffends tegenover en zal zich in de nazit vertwijfeld hebben afgevraagd hoe dat in hemelsnaam mogelijk was. Alleen al na rust, toen de nood onverwacht hoog werd, doken Cornelisse, Douglas en Braafheid volkomen vrij op voor doelman Pa Dembo Touray. De Gambiaanse kolos werd alleen geveld door iets dat uit het vak van Utrecht-supporters kwam zeilen. Alle sportieve aanvallen sloeg hij af.

Trainer Booy beaamde dat er veel op de afwerking viel aan te merken. "Ik vind dat je moet uitgaan van de eigen kwaliteiten. We hebben dan ook gespeeld om te scoren. Zie het enorme aantal kansen. Maar in de eindfase ontbrak de scherpte om het af te maken. Dan roep je zoiets over jezelf af."

De jonge succescoach feliciteerde Djurgardens met de verdiende revanche en was bovendien aardig voor de opponent door te stellen dat de eindstand 3-2 had moeten zijn. In werkelijkheid had de thuisclub helemaal niet mogen winnen. Want Utrecht had veel vaker dan twee keer moeten scoren.

Voor de lieve vrede was 3-3 mooi geweest. Door de gemiste kansen werd de slotfase nog knap oorlogszuchtig. Gooi- en smijtwerk over en weer; in het veld begrijpelijk gezien het verloop, vanaf de tribunes afkeurenswaardig en betreurenswaardig. Utrecht redde zich met de staart tussen de benen en kan een deel van de extra inkomsten reserveren voor de boete van de UEFA, als het daar al bij blijft.

Booy

Booy begon met middenvelder Somers en verdediger Braafheid, beiden snel en geneigd de vrije ruimte te zoeken, in de basis te linker zijde. Dat ging ten koste van Broerse en Shew-Atjon. Een plausibel plan gezien de veranderingen bij Djurgardens in personeel opzicht en qua instelling. Maar het scenario hield zich niet aan de prognoses. De Zweden kwamen al na drie minuten op voorsprong uit een vrije trap. Johansson knalde raak.

Het was de eerste tegentreffer voor Utrecht sinds eigen augustus (Ajax), dus schrikken. "Het middenveld was voor hun", stelde Booy vast. "Wij hebben weinig pressie naar voren gegeven. Terwijl dat wel was afgesproken."

Inderdaad waren Tanghe en aanvoerder De Jong, minder dominant dan in de voorbije weken. Maar de defensie stond, aangevoerd door de kopsterke Schut en Di Tommaso, fier overeind. De Utrechtse vleugelspelers, Douglas meer nog dan Van den Bergh, waren voor hun Zweedse bewakers verscheidene keren onnavolgbaar. Dat leidde tot een hele reeks kansen maar nul doelpunten. Voor rust hadden Somers en Van de Haar al aan alle onzekerheid een einde moeten maken.

Onzekerheid

Die onzekerheid bleef nu tot het bittere eind de billen samengeknepen houden, wat het duel wel amusant hield. Want waar de Nederlandse bekerhouder voortdurend zelf mogelijkheden schiep, kwamen ze voor Djurgardens uit de lucht vallen. Twee keer stond Tobias Hysen, de zoon van oud-PSV'er Glenn, op de juiste plaats. Na zijn tweede goal begonnen de Zweedse jacht op een verlenging en de Utrechtse counters naar de verlossing. Een dik kwartier lang, beide vergeefs.