STOCKHOLM - De Zweedse spits Henrik Larsson heeft op het Europees kampioenschap voetbal in Portugal, van afgelopen zomer, het mooiste doelpunt gemaakt. Zijn vliegende kopbal tegen Bulgarije (5-0 overwinning Zweden) werd door de UEFA bestempeld als de beste goal, gemaakt via veldspel.

Het doelpunt werd opgenomen in een statistische balans die de Europese voetbalbond heeft gemaakt na het toernooi. De goal van Maniche, in de halve finale tegen Nederland, werd verkozen tot mooiste doelpunt uit een dood spelmoment. Hij maakte de 2-0, in het wedstrijd die Portugal met 2-1 won.

Doelpogingen

Italië schoot in elke wedstrijd het meest op doel. In elk duel haalde de Italianen liefst 8,6 keer uit op de vijandelijke doelmond. Die cijfers staan in schril contrast met de cijfers van Europees kampioen Griekenland. Zij hadden slechts 3,5 doelpoging per wedstrijd nodig om uiteindelijk tot winnaar te worden gekroond.

Nederland en Engeland kwamen tot 8,3 schoten per wedstrijd. Duitsland had, zoals inmiddels bekend, het vizier het minst scherp afgesteld tijdens het EK in Portugal. Per wedstrijd vuurden zijn gemiddeld tien keer naast of over. Wel had het land het meeste balbezit.

Verdedigend

Griekenland verdedigde wel het beste. Gemiddeld kreeg de Europees kampioen 0,67 goals per wedstrijd tegen. Engeland maakte met 2,5 treffer gemiddeld de meeste doelpunten per duel.