Hein Verbruggen en Pat McQuaid, de voorzitters van de UCI tussen 1991 en 2013, krijgen veel kritiek in het rapport van de Cycling Independent Reform Commission (CIRC) over de dopingcultuur in het wielrennen.

De CIRC geeft in het 227 pagina's tellende rapport een aantal voorbeelden van slecht bestuur in de jaren negentig.

Zo kregen Lance Armstrong en Laurent Brochard pas nadat ze positief testten op medische gronden toestemming om een bepaald middel te gebruiken, een overtreding van het dopingreglement.

Verbruggen zou nauwelijks tegengas hebben gekregen van de overige UCI-bestuurders en zou ook nog na zijn aftreden in 2005 veel invloed hebben uitgeoefend.

McQuaid wordt verweten dat hij Armstrong bij diens comeback deel liet nemen aan de Tour Down Under in 2009, hoewel de Texaan nog niet gedurende zes maanden beschikbaar was geweest voor dopingtests, hetgeen een vereiste is voor renners.

Later dat jaar werd bekend dat Armstrong aan de start zou verschijnen van de Ronde van Ierland, een koers die door kennissen van McQuaid wordt georganiseerd.

Donaties

De beschuldigingen dat Armstrong de UCI betaalde om een positieve dopingtest uit 2001 onder het tapijt te vegen worden niet bewezen geacht door de CIRC.

Armstrong gaf ook geen donatie aan de wielerunie om een onafhankelijk onderzoek naar een positieve test uit de Tour de France in 1999 te beïnvloeden. Wel kregen de advocaten van de Amerikaan het voor elkaar enkele delen van dit rapport op te stellen, samen met hooggeplaatste medewerkers van de UCI.

Verder wordt het de wielerunie verweten dat het Armstrong altijd steunde tegen dopingbeschuldigingen, tot in de rechtszaal aan toe, én dat ze twee donaties van de Amerikaan accepteerde.

"De UCI zag Armstrong als het boegbeeld om de sport er weer bovenop te helpen na de dopingaffaire rond de Festina-ploeg'', meldt het rapport. "Het feit dat hij Amerikaan was betekende bovendien dat de wielersport een nieuw continent kon veroveren."

Oneerlijk

Verbruggen, die het rapport van de CIRC eerder kon inzien, reageerde zaterdag al op de uitkomsten.

"Het is een kritisch rapport, ik vind het oneerlijk kritisch. Ik stond te dicht bij Armstrong, net als mijn opvolger Pat McQuaid. Een voorbeeld was dat we hem handtekeningen vroegen voor kankerpatiëntjes die zich tot ons hadden gewend. En we hebben donaties aangenomen. De commissie vindt dat niet verstandig."

'Nog altijd serieuze dopingcultuur in wielersport'