René Wolff denkt dat de Nederlandse baanwielrenners het succes op de WK door kunnen trekken richting de Olympische Spelen van volgend jaar in Rio de Janeiro.

"Ik ben ervan overtuigd dat ze nog een stukje kunnen groeien", zegt de sprintbondscoach tegen NU.nl na de vier medailles in Parijs van afgelopen week.

"We gaan de komende periode de volgende stappen zetten richting de Spelen. Dan komen we als het goed is op hetzelfde prestatieniveau uit en liggen er medaillekansen. Daar moeten we het afmaken."

"Dit was een supermooi meetpunt en daar zijn we zeer tevreden over. Het prettige is ook dat we als groep stabiel hebben gepresteerd."

Talenten

Kirsten Wild zorgde op de WK voor goud op scratch en brons op omnium. Elis Ligtlee sprintte naar zilver en Shanne Braspennincx veroverde zilver op de keirin.

Het WK van 2011 in Apeldoorn was de laatste keer dat Nederland zoveel medailles pakte op de baan: vijf. Nadien werden er bij drie WK's in totaal vier medailles bijgeschreven. Op de Spelen van Londen was alleen Teun Mulder succesvol met een bronzen plak.

"Het is op het hoogste wereldpodium niet echt goed gegaan", beaamt Wolff. "Dit is ook de eerste keer dat we weer bewust naar buiten zijn getreden met hoge doelstellingen en het is mooi dat het zo uitpakt. Deze talenten hebben we van jongs af aan ontwikkeld en laten doorgroeien."

"In de jaren daarvoor is er te weinig aan talentontwikkeling gedaan en te veel vertrouwd op 'oude' atleten zoals Mulder, Willy Kanis en Yvonne Hijgenaar. We moeten die fout niet nog een keer maken en zorgen dat er elk jaar talenten doorstromen."

Potentie

De medailles werden in Frankrijk alleen door vrouwen veroverd, al miste Jeffrey Hoogland het podium net op de sprint. Wolff verwacht dat de mannen ook medaillekansen hebben in Rio. "Die hebben dezelfde potentie als de vrouwen."

De baanselectie staat er volgens Wolff dan ook goed voor met het oog op plaatsing voor de Spelen. Er wordt bij de kwalificatie voor dat evenement een klassement opgemaakt over twee jaar met daarin twee EK's en WK's en zes wereldbekerwedstrijden.

"We hebben er dit jaar voor gekozen om alle wereldbekers met de eerste ploeg te rijden om zo veel mogelijk punten te pakken. Het is niet makkelijk geweest om elke vier weken op het hoogste niveau te presteren, maar zo kunnen we volgend jaar pieken."

De beste renners zijn dan in staat om wat wereldbekers over te slaan zodat ze bij de Spelen uitgerust kunnen toeslaan. "Als alles goed gaat, zijn we daar op ons best. We moeten het stap voor stap doen om daar een uitschieter te laten zien."