Je kunt hem een klasbak noemen, of een pannenkoek. Een held of een schlemiel. Een luie lamzak of een trainingsbeest. Een zelfverzekerde mooiboy of een onzeker jochie. Een volger of een leider. Een lul de behanger of een toffe peer.

Maar het rare is: Thomas Dekker is het allemaal.

Weinig sporters wekken zoveel verschillende reacties en emoties op als Dekker. Het lijkt onmogelijk om geen mening over hem te hebben. Hij fascineert en irriteert tegelijk; hij is één grote tegenstelling.

Een polderjongen in een Italiaanse villa, een branieschopper met een klein hartje, een open boek met letters die continu door elkaar dansen. Bij hem weet je één ding zeker: de volgende pagina is altijd een verrassing. Nooit gaat het zoals je denkt dat het gaat.

Nog voordat hij prof was stonden de schijnwerpers al op hem gericht. Hij was al een vedette voordat hij één grote wedstrijd had gewonnen. Hij gaf Nederlandse wielerfans waarnaar ze smachtten: een renner die de Tour ging winnen en het nog doodleuk aankondigde ook.

In zijn eerste wedstrijd bij de profs was hij al kopman en dat vond hij de normaalste zaak van de wereld. En ja, hij won ook nog. Geduld had hij niet. Het moest snel. Liever vandaag dan morgen, maar nog liever gisteren.

Porsche

Ook naast de fiets trouwens. Bij Rabobank hielden ze er niet zo van dat hij in een Porsche reed. Dat vond hij onzin. In het seizoen nadat hij bij Rabo vertrokken was reed hij met zijn Porsche naar het hotel van die ploeg, op de avond voor het Nederlands kampioenschap. Hij scheurde een paar keer veel en veel te hard heen en weer voor het hotel. Als statement tegen de grijzemuizenmentaliteit.

Dat statement eindigde overigens niet helemaal zoals hij had gepland; de nacht voor het NK sliep Dekker op een bankje in de cel van het plaatselijke politiebureau.

Eigenlijk liep het op dezelfde manier af met zijn droom om de Tour te winnen: hij wilde te veel en te snel. Na zijn schorsing was hij een andere renner. Minder goed, minder arrogant, maar misschien nog wel controversiëler dan daarvoor. Hij maakte nieuwe vrienden en nieuwe vijanden doordat hij -  in stapjes - schoon schip maakte. Hij keek zichzelf aan in de spiegel en hij fileerde zijn eigen keuzes. Hij zag de valkuil waar hij in was gestapt, hij waarschuwde jonge renners om niet zijn voorbeeld te volgen.

Thomas Dekker, de jongen die ooit niemand liever wilde zijn dan Thomas Dekker, zei tegen jonge Thomas Dekkers om geen Thomas Dekker te worden. Het was prachtig en vreemd tegelijk. En ingewikkeld, maar dat spreekt bij Dekker voor zich.

Kluizenaar

Woensdag valt hij het werelduurrecord aan. Dat is maar goed ook. Het zou niet bij hem passen om zijn carrière te laten uitgaan als een nachtkaars. Alles of niets met de schijnwerpers op zich gericht: hij is ervoor gemaakt. Het resultaat kan alle kanten op.

Hij kan afgaan als een prutser en nooit meer op een fiets stappen, hij kan het uurrecord pakken en weer een grote ploeg vinden, hij kan aankondigen dat hij de nieuwe presentator van Spuiten & Slikken wordt, hij kan als een kluizenaar op de Popocatepepl gaan wonen en nooit meer één woord zeggen.

Of allemaal tegelijk.

Want bij Dekker weet je één ding zeker: het gaat niet zoals je denkt dat het gaat.

*Auteur Thijs Zonneveld is een ex-wielrenner. Hij werkt als sportverslaggever bij het AD en schrijft daarnaast columns voor NUsport.nl.*