PSV kampioen, Ajax in crisis, maar pas op: de onvrede onder de Amsterdamse aanhang is niet van vandaag of gisteren.

PSV kampioen, Ajax als een wankelende bokser in de touwen, de vraag is gerechtvaardigd hoe bijzonder het nou werkelijk was dat Ajax vier seizoenen op rij aan de haal ging met de schaal.

Op het eerste gezicht ben je geneigd te zeggen: behoorlijk bijzonder. Vier titels op rij, dat gebeurde in ruim 115 jaar Nederlands competitievoetbal maar drie keer eerder. Trainer Frank de Boer evenaarde een Nederlands record.

Het was ook vooral De Boer die het klimaat schiep waarbinnen Ajax na zeven titelloze jaren eindelijk weer succesvol kon zijn. Juist terwijl binnen de club de 'Cruijff-oorlog' woedde, bracht hij rust en houvast voor zijn spelers.

Ze voelden zich gesteund. De Boers onwrikbare optimisme, zijn onverstoorbare geloof in Ajax' kansen sloeg over op de selectie.

Geïmplodeerd

Maar nu de boel is geïmplodeerd, er geen resultaten meer zijn om de aandacht van het schrale voetbal af te leiden en ze in Eindhoven alvast de lange neus aan het oefenen zijn die ze over een maandje of twee richting Amsterdam gaan maken, dringen zich de kanttekeningen op. Zo werkt dat nu eenmaal.

Ajax is niet zo vreselijk slecht als het er de laatste weken uitziet (het gaat vast wel weer eens lopen), maar is de voorbije vier seizoenen ook geen moment zo goed geweest als het vierdelige kampioensservies wellicht suggereerde.

Is dat de waan van de dag? Opportunistisch geklets van negatievelingen die ineens onder hun steen vandaan komen? Nee. Op de tribunes van de Arena zingt gemopper van die strekking al zeker twee jaar rond - en eigenlijk nog langer.

Na de titels van 2011 en 2012 overheerste de euforie, maar zelfs toen kon je het tussen de regels door al lezen: goed, geen spetterend voetbal, maar wat smaakten die titels zoet. In 2013 klonken de klachten al luider: leuk hoor, drie titels, maar het moet volgend seizoen wel echt weer leuker worden om naar Ajax te kijken.

Toen dat niet gebeurde en het Ajax-spel in 2013/2014 nóg saaier en slechter werd, barstte het gemopper in volle hevigheid los, ook al voetbalde Ajax zich uiteindelijk met meer gemak naar de landstitel dan in de drie seizoenen ervoor.

Spektakel was er vrijwel uitsluitend ten koste van Ajax, met dank aan Red Bull Salzburg (Europa League) en PEC Zwolle (bekerfinale). Vergelijkbare dagen met Ajax in de hoofdrol waren er niet. Eredivisiepotjes waarin Ajax langer dan een half uurtje bekoorde? Zeldzaam. Héél zeldzaam.

Strompelen

Wie erin slaagde even door het 'Wij zijn Ajax, wij zijn de beste'-kabaal van de internetschreeuwers heen te luisteren, kon optekenen dat veel echte Ajacieden zich haast schaamden voor de titel van 2014. In de beslissende weken strompelde Ajax richting de finish, won het van vrijwel niemand meer en werd de campagne in stijl afgesloten: met een salonremise in Almelo.

Had het succes van Frank de Boer ook niet te maken met het feit dat de vier voornaamste concurrenten zich financieel niets konden veroorloven?

PSV moest een handige constructie met de gemeente verzinnen om te blijven drijven. Feyenoord was 'categorie 1' en had zelfs voor de aanschaf van een nieuwe koffieautomaat de genade van de KNVB nodig. AZ zag geldschieter Dirk Scheringa de DSB-affaire binnenstruikelen en moest vol op de rem.

Zoals Joop Munsterman FC Twente naar de titel leidde, voerde hij de club ook het donkere woud van financieel wanbeleid binnen. De concurrentie kon even niks, in dat machtsvacuüm wist Ajax zich op te richten en ziedaar: vier schalen waarvoor geen bijster sterke campagne nodig was.

Helaas voor Ajax sterkten ze de directie wel in de verraderlijke overtuiging dat Ajax ook zonder topaankopen en routine duurzaam succesvol kan zijn, maar de achterban pruimt de kaalslag en het dorre rondspeelvoetbal niet meer.

Vier landstitels op rij, maar toch al twee jaar sluimerende onvrede over het abominabele spel. Dat veeleisende gekrakeel maakt Ajax lastig en vaak onuitstaanbaar, maar tegelijk ook uniek in Nederland. 'Sar', 'Marc Netto' en 'Frankie' de Boer zullen er iets mee moeten, zoveel is nu wel zeker.