Hij had nog tijd om een sneeuwpop te maken. Of om een ijsje te eten. En zelfs als hij halverwege was gestopt om een praatje te maken met de rondemiss, dan had hij nog gewonnen.

Mathieu van der Poel kon niet verliezen zondag. Het kwam niet eens in hem op dat er ook nog iemand anders wereldkampioen veldrijden kon worden dan hijzelf. Het plan was simpel: na de start ging hij op kop rijden, net zo lang totdat er niemand meer in zijn wiel zat, en daarna maakte hij de tien rondjes vol.

Zijn achtervolgers spartelden continu een paar honderd meter achter hem aan. Zodra ze iets dichterbij kwamen en een klein beetje hoop kregen deed VDP keer op keer hetzelfde: hij draaide de gashendel open en de hoop van zijn concurrenten de nek om.

(Na afloop probeerden die arme Vlamingen Wout Van Aert uit te roepen tot officieuze wereldkampioen. Ik geloof dat het was omdat Van Aert tijdens een alles-of-niets-achtervolging een paar rondes sneller had gereden van Van der Poel. Als we op die manier wedstrijden gaan beslissen hebben we voortaan dertig winnaars bij iedere cross; laten we het er maar op houden dat het satire was. Als Sven Kramer straks op het WK allround geklopt wordt door een Belg maken we er ook vast een mopje van.)

Krentenbollen

Meer dan een uur heb ik met open mond naar Van der Poel gestaard. Dát hij won snapte ik nog (nou ja, een beetje dan). Maar het was vooral de manier waarop. Zo volwassen, zo zakelijk, zo koeltjes. En zonder een spoor van zenuwen - toen zijn naam werd omgeroepen bij de start stond hij nog rustig te wateren naast een paar supporters. De wedstrijd was een one-man-show, maar dan zonder dat het een show was.

Ja, hij sprong af en toe met fiets en al over een paar balkjes, maar alleen als het nodig was. Hij nam geen overbodige risico's, hij maakte geen fouten, hij probeerde zijn tegenstanders niet op meer afstand te rijden dan strikt noodzakelijk en hij maakte zelfs geen wheelie bij de finish. Het was alsof hij - tomptiedomtiedom - naar de bakker op de hoek fietste voor een halfje volkoren en een zak krentenbollen.

In de laatste rechte lijn kneep hij even zijn ogen dicht, in een poging om emoties te laten opwellen, maar de tranen kwamen niet. Even later stond hij op het podium in een regenboogtrui alsof hij het al een keer of drie eerder had gedaan (wat ook zo was trouwens).

Spaghetti

Er werd een deuntje gespeeld dat hij kon dromen, er werden wat foto's gemaakt en hij moest een paar microfoons en opschrijfboekjes vol praten. Papa spoelde de fietsen schoon, mama begon vast aan de was en de camper rook naar spaghetti met ketchup en parmezaanse kaas - net als de week daarvoor en de week daarvoor.

Begrijp me niet verkeerd: het was ongelofelijk wat VDP gisteren deed. Maar het allerongelofelijkst was dat het ook ergens business as usual was. Mathieu van der Poel deed precies wat hij in zijn hoofd had: wereldkampioen worden bij de profs.

Het werd tijd ook.

Hij is al minstens twee weken twintig.

*Auteur Thijs Zonneveld is een ex-wielrenner. Hij werkt als sportverslaggever bij het AD en schrijft daarnaast columns voor NUsport.nl.*