In de tijd voor de kunstijsbanen en Nederlandse overheersing waren het Noren en Russen die aan hardrijden op bevroren ijs deden. Logisch, het moest vriezen om te kunnen schaatsen. 

Russische schaatssters wonnen tussen 1952 en 1966 alle allroundtoernooien bij de vrouwen. Een van de winnaressen was Lidia Skoblikova, tevens zesvoudig olympisch kampioene en daarmee de meest succesvolste schaatsster ooit.

Skoblikova stond bekend onder de prachtige bijnaam 'bliksemschicht van de Oeral'. De ijsbaan in Tsjeljabinsk, waar dit weekend het EK allround wordt gehouden, draagt haar naam. Er is een museum ingericht om Russisch schaatssucces te etaleren.

Het schaatsen leeft er. Een paar jaar geleden reed ik in Tsjeljabinsk. Vanaf de eerste ring werden vlak voor onze neus inventief kladblokken en pennen naar beneden gelaten, waarna een aantal blije kinderen onze handtekeningen weer kon optakelen.

Waar wedstrijden in Moskou pijn aan de ogen doen vanwege de lege tribunes, daar doet Tsjeljabinsk warm aan door de enthousiaste lokale fans.

Allround-light

Dit geeft charme aan het komende EK. Dat mag ook wel, het allrounden staat onder druk, formats worden aangepast. Schaatsers zeggen af of hebben al helemaal geen zin in de tien kilometer.

De hele opzet van het toernooi wordt overboord gegooid. Een meer sprintgericht format moet soelaas bieden na volgend jaar, zeg maar een soort allround-light. Dit alles als gevolg van de Nederlandse overheersing de afgelopen decennia.

De Rus Ivan Skobrev was in 2011 - bij afwezigheid van Sven Kramer - de enige buitenlander in de laatste acht jaar die de Oranje-hegemonie bij de mannen wist te doorbreken. Hij concentreerde zich de laatste jaren met name op het sluiten van sponsorcontracten en een tv-carrière in het ijsdansen.

Het is een jammerlijk gegeven dat ook in Nederland zichtbaar is. Iedereen bijt een keer en gaat dan op zijn rug liggen. Skobrev en Havard Bokko kwamen in de buurt van Sven Kramer, maar konden nooit jarenlang een front vormen. Of ze zaten weer bij een andere trainer, of ze lieten de teugels vieren.

Lijdend voorwerp

In Nederland is het niet veel beter gesteld. Veruit de grootste concurrentie voor Kramer op allroundgebied kwam van Jan Blokhuijsen en Koen Verweij, respectievelijk de Europees en wereldkampioen allround van vorig jaar.

Het gat met Kramer, vorig jaar afwezig bij de grote allroundtoernooien, leek bijna gedicht, maar de zorgvuldig opgebouwde inhaalrace werd door een zomer lanterfanten teniet gedaan. En de kans is groot dat dat gat alleen nog maar groter wordt.

Het is het onderscheidende vermogen van de echte kampioen tegenover zijn uitdagers. Bokko is te veel lijdend voorwerp, Blokhuijsen is het spoor bijster en Verweij en Skobrev vinden het leven naast het schaatsen net iets te leuk. En dus wint Kramer komend weekend 'gewoon' voor de zevende keer.

Mijn ijdele hoop is gevestigd op namen zoals de Noor Sverre Lunde Pedersen, de Pool Jan Szymanski, de Belg Bart Swings of iets verder in de toekomst de 18-jarige Zweed Nils van der Poel, die momenteel snellere tijden rijdt op de 5 kilometer dan Kramer in zijn jeugdjaren.

Zwaarste schaatsdiscipline

Het geeft te denken dat NK's inmiddels van een hoger niveau zijn dan EK's. Ik hou van het allrounden, van de ouderwets noeste helden. Het is de moeilijkste en zwaarste schaatsdiscipline.

Ik heb niets op met een allround-light versie. Het niveau zal hoog zijn, met Kramer, Ireen Wüst en Wouter olde Heuvel. Maar de nieuwe buitenlandse uitdagers dienen zich nog niet aan.

Een kampioenschap valt of staat met spannende competitie en ik betwijfel of we dat komend weekend te zien krijgen.